Wat viel er nog te verwachten van de overgebleven Pink Floyd leden na het verschijnen van de – in mijn ogen misplaatste verguisde – versie ’50 jaar later’ van Dark side of the moon – redux door Roger Waters? David Gilmour leek zijn gitarencollectie aan de wilgen gehangen te hebben en verkocht er een groot aantal van op een veiling.
Groot is dan ook de verbazing bij ondergetekende als op het Facebook account van Polly Samson – niet alleen zijn vrouw, maar ook al 30 jaar vaste tekstschrijver voor Gilmour/Floyd hun teksten, in de late herfst en winter recente foto’s verschijnen van een David Gilmour in zijn opnamestudio. Het laatste studioalbum dateerde alweer van 2016 en eerlijk gezegd dacht ik toen dat dit wel het laatste wapenfeit van Gilmour zou zijn. Maar dat buiten deze tijd gerekend, waar zoiets als ‘leeftijd’ en de veronderstelde beperkingen daar aan verbonden al lang niet meer van deze tijd zijn. Toen Pink Floyd in 1987 weer ging toeren, waren dit begin veertigers, wat – toen – al behoorlijk op leeftijd beschouwd werd. We zeiden het al in 1982 van de Rolling Stones – 42 jaar later toeren ze, op hun 80ste, nog steeds. Bijzondere tijden.
Het eerste nummer van het op 6 september te verschijnen album Luck and strange heet The piper’s call en begint qua sfeer aardig in het verlengde van On an island (uit 2006). The piper’s call ademt eenzelfde – ogenschijnlijke – rust uit, die ik in het werk van Roger Waters sinds The three wishes (1992) kwijt ben. Wat opvalt aan The piper’s call is dat Gilmour nog helemaal als Gilmour klinkt. Hij is misschien wat van zijn stemvolume kwijtgeraakt, maar de warmte en intonatie zijn nog precies dezelfde. Ogenschijnlijk kabbelt de muziek voort, maar aar zit altijd dat Floydiaanse donkere randje onder, die op 1 minuut 43 in valt. Gilmour, wel geafficheerd met The heart and soul of Pink Floyd, doet op zijn geheel eigen wijze, deze titel voor mij nog steeds eer. Op driekwart van het nummer valt een Gilmouriaanse bluesy solo in, zoals ze tegenwoordig niet meer gemaakt worden. Uit duizenden herkenbaar, nog steeds, zijn Gitaarspel. Luister slechts naar de brug in de seconden direct na 5 minuten. Zó spelen kan er maar 1. Ook nog op zijn 78ste.
David Gilmour is terug. Het muziekjaar kan na The Pineapple Thief, Nits en de afscheidstournee van Fish al niet meer stuk.