Handen

Handen die een leven bevatten. Een leven wat de handen gevormd heeft. Soms verliezen we wat onderweg, maar is dat nu juist het memorabel maakt. Vele mensen sprak ik de afgelopen zeven jaar voor mijn “Herinneringen aan” boeken, maar niemand zó vaak als deze boer. Ik zeg niet : voormalige boer, want boer was je, en blijf je.

“Het licht schijnt er wat feller op” is dan zijn taal – in de namiddag – voor: “De zon begint lager te staan en schijnt daardoor meer op de vloer doordat het licht lager naar binnen valt.” Dat is natuurlijk kromtaal bij hoe poëtisch hij het Nedersaksisch “voert.” “Oe kiekt er wat zwarter op” is dan de aankondiging dat het geregend heeft en daardoor de aarde zwarter is geworden dan vóór de regen.

Soms, niet al te vaak – en je moet ze herkennen, des te vaker zie je ze – heb je als fotograaf een moment. Eén moment wat zich tien minuten niet meer voor zal doen en tien minuten eerder niet kon zijn. In dit geval is het het – zoals ze in België zo mooi kunnen zeggen – strijklicht. Strijklicht is het licht wat zich laat zien in september en oktober – soms nog begin november als de zon nog één keer zijn best wil doen – in de vroege morgen en namiddag. Je kunt dat technisch omschrijven als licht wat onder een scherpe hoek op het oppervlak valt, maar dat doet geen recht aan het mysterie. Mysterie laat zich niet in woorden vangen.

Enkele weken terug, rond 20 augustus, zag ik het voor het eerst, boven een uitgestrekte heide in Denemarken. De lager wordende zonnestand veroorzaakt een naar binnen keren van ál wat daarvoor uitbarstte, uitschreeuwde en de hele dag van einde van de nacht tot bijna middernacht, om aandacht vroeg. Het blauw tussen en boven de wolken werd ijler, zachter en leek zich terug te trekken in de hemel.

Nu, 6 september viel mij hier het eerste strijklicht op, op de handen van deze boer in ruste. De houding van zijn handen verraden ontspanning en rust in zijn leven. Een leven wat al een on-eenentwintigste rust in zich had, altijd al. Leven in miniatuur in zijn kleine omgeving. Ver weg van reizen naar verre einders en andere materiële wensen van almaar meer. Een wat gemankeerde vinger beschrijft hij immer als “een ongelukje.” In de oorlog hakte zijn vader hout en hij hielp hem daarbij. Vergat één van zijn vingers op tijd of: genoeg van het houtblok te halen. Hij werd achterop de fiets van zijn vader naar de dokter gebracht. Geen spoor van verwijt. “Ja, zo kan het gaan.”

De kleine onderwerpen die we bespreken zijn altijd hetzelfde en in mij herkent hij misschien eenzelfde dicht-bij-de-natuur rust. Op het moment dat ik “die natuurman” door hem werd gemunt, klaarde er iets ontegenzeggelijks in mij op en verscheen er een licht wat zich nooit laat vangen.

Tenzij je er per ongeluk tegen aan loopt. Als op een zesde september..

Gepubliceerd door Thomas Kamphuis

Gepassioneerd Vikingtijd, natuur en cultuur liefhebber.