
Met een kleine vertraging wil uw recensent verslag doen van het concert van de Deense Agnes Obel in de Oosterpoort in Groningen, eind vorige maand. Eén keer eerder had ik haar gezien, ook alweer tien jaar geleden, en ook in Groningen. De muziek van Agnes Obel openbaart zich als een wonderlijk sprookjesbos waar het licht dan weer eens licht, dan weer eens donker voelt. Begeleid door een stem tussen cirrus en laaghangende bewolking in. Die stem is, gelukkig, dezelfde gebleven; het licht in dat bos ondoorgrondelijker geworden en nog spannender. Natuurlijk speelt ze de gekende nummers Aventine en The Curse, maar de drie nieuwe nummers die worden gebracht verrassen nog meer.
Laymelli, Faustian deal en Gemini bewegen zelfs richting de progrock hier en daar; voorwaar een spannende ontwikkeling. Obel omringt zich door drie net zo’n veelzijdige muzikanten- zijn het er slechts drie? men kan in verwarring raken door de verbluffende visuals die doen voor komen dat er twee bands tegelijkertijd op het podium staan. Die muzikanten staan op zichzelf qua veelzijdigheid. Marie-Claire Schlameus (cello, vocals), is indrukwekkend, alleen al omdat ze, naast de cello, meezingt met Obel – wat Obel zelf als ongelooflijk knap benoemt ter plekke, gezien haar wijze van zingen. Hinako Omori (synthesizer, toetsen, zang) trekt een heel orkest open en hoor ik daar in een paar verdwaalde seconden tijdens één van de nieuwe nummers, een Robert Jan Stips toets in haar spel? Julian Sartorius (drums, percussie) stuurt het orkest – want dat is dit – op een ingehouden maar alom aanwezige wijze aan. Wat een kwartet is dit !

Maar terug naar Obel. Wat me nu pas opvalt is, hoe bijzonder haar manier van zingen is. Hoe intensief. Soms op 10 kilometer hoogte, dan weer herfstzwoel ter hoogte van de in de mist verborgen Martini toren. Maar altijd: op grote hoogte. Die meandering van zeer hoog naar terug omlaag en terug moet wat vragen. Enigszins bevreesd zit je op de punt van je stoel of ze dit wel volhoudt. Op de albums natuurlijk wel. Na, slechts vijf kwartier, die echter als twee uur voelen, is de conclusie dat ze het niveau tot het einde toe volhoudt. Even voor tienen staan we alweer buitend e zaal en kijken elkaar verwonderd aan: Obel heeft daadwerkelijk de tijd stil gezet. Het was toch al veel later?
De engel, die bescheiden met haar vleugels omlaag een voorzichtig laag gehouden, bijna onzichtbaar opverend handje geeft richting het publiek, is opgestegen en landt nu weer. De vleugels fier in de lucht, maar nooit los van haar omringende musici en ze beschermd omvattend met de punt er van.
Ondergetekende kijkt naar de hemel en wacht op dat nieuwe hemelteken; het nieuwe album. Hij schitterde ons al tegemoet in drie sterren van nieuwe nummers, gelijk een riem van Orion. Het wordt weer een mooie herfst.

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.