
Samen met een vooruitgesneld nummer van een heus nieuw album, brengt Mick MacNeil een heruitgave van zijn soloalbum People – Places – Things uit 1999. Zoals hij zelf zegt: “The album was released in 1999 and features 27 tracks, it is very difficult to get hold of a copy of this and many fans have asked us if it could be re-issued.”
Het dubbelalbum bestaat uit twee delen: By night en By day. By night Mick MacNeil:
‘I am pleased to present to you this compilation of ideas taken from a collection I started with “Berlin Blitz” in January 1990.
Day and Night was the simplest way of separating the various styles of music.
Some of the tracks were commissioned for specific projects but where all inspired by experiences …images feelings and moods.
People, Places and Things’
By night begint met PPT en komt – terugkijkend – qua sfeer heel dicht bij de periode van Real life (1999). Ben-ami laat horen waar Simple Minds naar toe hád kunnen gaan, als ze Mick MacNeil terug welkom hadden geheten. De manier van spelen: het is vintage Mick MacNeil. Het is apart om deze muziek ruim 25 jaar later weer terug te horen. Ik bestelde hem pas in 2016 bij Mick MacNeil zelf, voor die tijd had ik er – sorry ! – geen weet van. Digi-doo laat duidelijk de invloed van Steve Hillage horen – laat dat nou net de producer zijn die ook het nieuwe album van Mick MacNeil produceert (release ergens begin volgend jaar). Dat belooft wat. Digi-doo een spannend muziekstuk wat tijdloos klinkt. Skye klinkt fantastisch – wat een variatie zit er in de nummers. Het is mij niet altijd duidelijk wie er speelt naast Mick. In Skye hoor je een gitaar, maar wie hem bespeelt? Doet er niet toe. De accordeon weeft zich in de keyboards. Waarom heb ik dit in vredesnaam nooit opgepikt in 1999? Te druk in een ander leven, klaarblijkelijk. Nergens voelt het gedateerd aan.
Dawn is geweldig opgenomen. De muziek vult je kamer alsof je in de studio zit, en dan heb nog geeneens een koptelefoon op. Op zichzelf lijkt Mick MacNeil eind jaren tot rust gekomen en een gelukkig leven te hebben, getuige ook de familiefoto in het artwork. Footsteps of our ancestors is een heel filmisch nummer, donker en mysterieus. Was dit in 2025 uitgebracht dan had dit onder welke passende film dan ook als soundtrack kunnen staan – verbluffend. Joyride – alweer zo’n – zij het veel te korte – parel. Een orkest opent zich – dit kan alleen Mick MacNeil. Need someone brengt ons in rokerige jazzclub sferen. Hoezo variatie? The Paris accordion (link om te beluisteren) brengt ons naar, uiteraard, Parijs.
Memories doet denken aan een Simple Minds nummer, maar welke? Is het een bewerking of verdere ontwikkeling? Ontroering is het gevoel wat bij mij hier boven komt. De ontroering die vertrok uit Simple Minds. Daar kun je even heel hard aan herinnerd worden – en Memories doet precies dat. Psalm OB/X zou, inderdaad, prachtig in een kerk klinken. M-X-M – staat dit voor 1990 en het gevoel wat Mick bij dat jaar – waarin hij vertrok bij Simple Minds ? Of is dit teveel interpretatie van mij? Het ademt een rust en ruimte uit die de luisteraar rustig maakt. Ook hier weer het prachtige “samenspel” van toetsen en accordeon. Vergeet niet: Mick MacNeil is zo duivels goed op de toetsen omdat hij de “vingerlenigheid” heeft opgedaan bij het spelen op de accordeon. Luister maar eens naar zijn kunsten op New Gold Dream.
Interlude klinkt ook weer als een deel uit een Simple Minds nummer, maar ook hier: welk nummer is dat verdorie dan ook alweer? Het straalt een enorme rust uit, waarvan je alleen maar blij mag zijn dat hij deze terug gevonden had eind jaren negentig. Een vorige eeuw – het lijkt alweer zo lang geleden. Main beach is bijna klassiek. Het nummer opent zich groots. Voorzichtige conclusie van By night is dat Footsteps of our ancestors het prijsnummer is. Maar de andere nummers zijn eveneens een verrassing – door de enorme variatie. En, nogmaals, geen nummer klinkt gedateerd. Tijdloze muziek. Op naar de dag..

By day begint met heftig met Genny alsof we bij het Electric Light Orchestra van de jaren zeventig zijn aanbeland. Geweldig ! Het is ongelooflijk wat Mick hier uit de kast jaagt. De sfeer: totaal anders, maar iedere seconde boeiend. Je vraagt je terug toch – nog even – af, waar Simple Minds naar doorgegroeid was in de jaren negentig als Mick in de gelederen was gebleven. Maar ja, zoals dat gaat: hij had waarschijnlijk nooit “vol op het orgel” mogen gaan en zo klinkt Peoples. Places. Things óók als een snoepdoos waar hij helemaal zijn geheel eigen gang kon gaan. Festival klinkt als een complete band – wat is het goed dat P.P.T. heruitgebracht wordt. Is het al niet over het hoofd gezien door te velen, dan toch zeker ondergewaardeerd – door te velen. Party boyz is een heerlijke mars stamper met een ziel. Een Simple Minds nummer what was never to be. Tussen een demo en een verre herinnering aan een bestaand nummer. Spannend.
Berlin Blitz is geweldig in zijn spannende brug tussen keyboards en een stuwende bas. Is dit een nummer – geschreven in januari 1990 – wat voor Real Life bedoeld was? Of iets wat hij zelf schreef en onbewust een aanzet vormde tot Peoples. Places. Things? Wat een nummer. Wat een grootsheid. U zei de ziel van Simple Minds? Hier is hij. In persoon. Soeverein. The Alpine accordeon heeft iets van ja, van wat.. Simple Minds – een demo van Sparkle in the rain? A brass band in African chimes? Help me out here, Mick MacNeil.
Walk on fire lijkt je terug te voeren naar het experimentele keyboardspel van de eerste albums van Simple Minds. De manier hoe het gespeeld wordt. Geweldig hoe hier een saxofoon bij komt. Voor een laatste keer: zelden zo’n afwisselend dubbelalbum gehoord, van wat voor artiest dan ook. Het verwondert je, het is mysterieus, opzwepend. Red square – het Rode plein ? is een dramatisch klinkend stuk, wat zo onder een documentaire of film zou kunnen. Shuggy – wat betekent dat ? – zou een demo kunnen zijn voor een Simple Minds nummer. Er is en blijft genoeg te raden voor de Simple Minds liefhebber op Peoples. Places. Things. Het toetsenspel in combinatie met de drums geven het een demo gevoel. Mag ik er even aan herinneren dat demo’s níet inferieur zijn aan een eindproduct? Ik roep even de demo’s in herinnering van Sparkle in the rain (1984). Iedere rasechte Simple Minds liefhebber vraagt zich af hoe dat album was geworden als Steve Lillywhite zich er niet mee had bemoeid. Ik zeg niet: beter. Maar misschien wel spannender. Met Mick in de hoofdrol.
Glencoe is een heel kort nummer wat eindigt voordat je er in bent. Trancedance is een mars door de Hooglanden. Ik heb het vaker gehoord, op YouTube. Geweldig. NRG is weer spannend doordat het weer totaal afwijkt van de rest met een nerveuze opzwepende gitaar er in en een exotische zang en ritme. Je voelt het zand tussen je tenen. Route 77 – hoe krijg je dit geluid uit keyboards – is alweer totaal anders. Een meanderende bas voert ons naar een film die we nog niet kennen en nooit gezien hebben. Het is wat experimenteel – Steely Dan achtig. Verrassend. My town besluit By day en is ook al zo’n oorwurm. Enkele, echt heel enkele artiesten zijn een band in zichzelf. Mick MacNeil is zo iemand.
Dat Mick MacNeil heel veel in zijn mars had en heeft hoef ik hier niet uit te leggen. Dat Peoples. Places. Things ook na ruim 25 jaar wederom verrast en een onmisbare schakel is in zijn leven en onze muziekkast is een understatement.
Warm aanbevolen is dat ook.
Ik laat de superlatieven verder aan de luisteraar.

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.