Wintergast

30 januari. Net als je denkt: wat was het toch een armoedige bedoening in de tuin deze winter (mus en spreeuw, weinig anders), duiken daar dan opeens staartmezen op.

Maar, geen andere vogel geeft mij het wintergevoel als deze: de kramsvogel. Vijf jaar bijna niet gezien. Opeens zit er één in de tuin bij de appels – die er al van voor de Kerst liggen. Apart: maar één. Verzwakt of? Of verschilt de vogel niet van de mens en is dit een eenling die niet van drukte houdt? Even níet die competitie en getjakker continue om je heen.

Waar kom je vandaan?

De hele dag bivakkeert hij in de tuin. Van appels naar de esdoorn naar de appelboom terug. Wat zonnen met de ogen dicht en dan terug naar de appels.

Langdurig bekijk ik hem in de namiddag. Heel bewust. Er gaan vele winters voorbij dat je hem niet ziet. Juist omdat het er maar één is, is het bijzonder. Je gedachten reizen méé. Naar een decembermaand 1983, in de Pauwenlaan. Een verzwakte kramsvogel langs de laan, opgepakt en in een doos gedaan. De dierenambulance gebeld. Wát een prachtvogel. Een vér land – opeens in je hand.

De kramsvogel in de tuin gunt mij een blik op één dag in zijn leven. Een leven wat misschien spoedig voorbij is. Of hernieuwde energie krijgt door zijn sabbatical van de groep.. wie zal het zeggen.

Vandaag: grijs en stil. Is hij door getrokken? Heeft hij zijn laatste adem uitgeblazen vannacht?

Mysteriën van de winter.

Het mysterie uit het verre (noord)oosten heeft onze tuin weer gevonden.

De winter is geslaagd.

Gepubliceerd door Thomas Kamphuis

Gepassioneerd Vikingtijd, natuur en cultuur liefhebber.