
“Je brengt binnenkort een nieuw boek uit. Een derde boek met herinneringen aan en over (oud)bewoners van Spoolde en Westenholte. Het is het dikste boek – 852 bladzijden, red. – geworden van het drieluik wat het hiermee geworden is. Was er nog zoveel te vertellen?”
“Ik had nog een paar wensen. Tegelijkertijd “begon het boek zichzelf” nog dezelfde zomer (2024, red) nog geen maand na verschijnen van het tweede deel. Ik ontmoette Henk Dubbeldam, een kleurrijk persoon, niet alleen bekend in of van Spoolde, maar ook bekend als voormalig veemarkteigenaar. Dat leverde al een uitgebreid verhaal op. Daarna kwam toch weer van het één het ander en..”
“Het is nogal een lijvig geheel geworden, alweer. Ik til tweeënhalve kilo?”
“Ja, ik bezuinig niet op papier zeg maar (lacht). Het mag van mij altijd wel iets monumentaals zijn. Maar het is nog bescheiden..”
“Bescheiden?”
“Ja, thuis heb ik ook Nederlandsche Vogelen 1770-1829 liggen – stáán lukt niet – en die tikt de dertien kilo aan (lacht)”
“Wat is er nog meer in het boek gekomen?”
“Véél. En heel divers. Van een verhaal over een groenteman van vroeger tot het verhaal van De Hertsenberg – een eind jaren negentig verdwenen boerderij via een zeer uitgebreid verhaal met herinneringen uit de oorlog van iemand uit Spoolde waarbij hij eerst onderduikt in Duitsland en tenslotte op De Hertsenberg tot aan een duik in een krantenarchief met bijna twintigduizend artikelen over Spoolde en Westenholte en een ontmoeting met iemand net buiten Westenholte die helderziend is.”
“Twintigduizend artikelen?”
“Ja, zo ongeveer. Gelukkig wel digitaal. Alles door geakkerd op bijzondere, gekke of opmerkelijke berichten over de buurtschappen, van 1750 tot het einde van de vorige eeuw.”
“Enkele mensen die ook in de vorige twee delen voor kwamen keren ook terug?”
“Ja, Gerrit Eikenaar ..”
“Hij leeft nog ?”
“Ja, is een man van de dag natuurlijk, maar ik heb hem vorige maand nog bezocht. Hij is nu (ruim) 101.”
“Een volhouder..”
“Ja, maar ze houden allemaal vol he. Ik gaf ze nog geen gelegenheid om er tussenuit te gaan (lacht hard). Willem Nijmeijer, is nu 95 jaar. Twee mensen die ik voor het eerste boek – toen voor mijn gevoel in grote haast in 2019 – sprak worden dit jaar 99. Een vrouw die ik voor het eerste boek sprak is 99 en wordt in april 100. Ik heb gezegd: “Ik maak u allemaal 100″ (lacht). Bertus van Weeghel is de benjamin, maar ook alweer 88.”
“Keert hij nog terug in het boek?”
“Onvermijdelijk. Hij verliet de boerderij zomer 2024 en keerde niet meer terug. De boerderij is vorig jaar verkocht. Ik ben heel gelukkig dat het aan mensen verkocht zijn die (man van het gezin) van dezelfde Zalkerveerweg afkomstig is En niet aan mensen van heel ergens anders die niets met de plek van doen hebben of niet geïnteresseerd zijn in de historie.”
“En Bertus?”
“Daar wordt goed voor gezorgd. Maar hij heeft ook weinig nodig. Op een kastje liggen mijn twee vorige boeken, rechts de Bijbel.”
“Eenvoud..”
“Eenvoud – als het eten maar goed is, is hij tevreden. En dat is het.”
“Wat gebeurt er met de door jou zo geliefde boerderij?”
“Daar wordt iets nieuw op gebouwd.”
“Doet je dat geen pijn?”
“Ik ben er inmiddels aan gewend. Ja, het beeld van weleer verdwijnt. Natuurlijk. Maar ik voel mij zo rijk dat ik het daar nog zo uitgebreid heb kunnen vastleggen sinds 2017/2018. De verhalen. De verschijningen van Bertus. De boerderij in zoveel schakeringen. Ik heb zoveel uren film.. misschien wel duizend foto’s”
“Maar de boerderij komt dus nog één keer terug..”
“Ja, als slotakkoord. Ik vond nog wat meer over de geschiedenis. De tijd van vóórdat de familie Van Weeghel er kwam wonen. Ik fotografeerde de boerderij op een manier zoals ik nog niet had gedaan in de vorige boeken. De foto op de voorkant van het boek is een verhaal op zich.”
“Vertel.”
“Na een extreem natte herfst en winter was het weiland rond de Zalkerveerweg buitengewoon nat. Dat had tot gevolg dat er, in dit nog kleinschalig beheerde landschap, in het nog vroege voorjaar een zee van pinksterbloemen op kwam. De naam pinksterbloem is een misleidende. We denken, in deze tijden van opwarming misschien dat een pinksterbloem vroeger met Pinksteren bloeide en nu al met Pasen, maar de pinksterbloem bloeide vroeger ook al in april. En dus niet pas met Pinksteren. Het beeld had ik al voor ogen. Er zou een zonnige zaterdagmorgen komen. 6 april 2024. Zaak om precies op het goede moment “toe te slaan”. De zon moest nog redelijk laag aan de horizon staan, schuinlinks gezien van waar de foto genomen is, richting het oosten. De bewuste zaterdagmorgen stampvoette ik enigszins: er was meer bewolking dan gedacht. Opeens leek er zich echter een blauwe strook te openbaren en spoedde ik mij naar de Zalkerveerweg en het weitje voor de boerderij op nummer 9. Lukraak, zoveel mogelijk variërend in standpunt en hoogte nam ik enkele tientallen foto’s. Het beeld van de pinksterbloemen moest zo duidelijk mogelijk worden. Daartoe kroop ik, als een zich nederig tot de grond verhoudende pelgrim, op mijn knieën, door het zeiknatte land. Ondertussen met de nodige verbazing vanuit de mooie kamer aangekeken door Bertus van Weeghel. Misschien wel onuitgesproken herkenning, omdat “de natuurman” – de bijnaam die hij mij op een dag gaf – herkenning gaf met zijn boer-zijn en het nabij zijn met de grond die daar onlosmakelijk mee verbonden is.”
“6 april 2024 – je lepelt de dag zó op..”
“Ik herinner iedere dag nog. Je moet altijd op zoek gaan naar iets onderscheidends. Of er voor open staan. Blijven kijken. Luisteren. Het boek staat er vol mee.”
“Wat is nog een dag die je onthouden hebt?”
“13 augustus 2025. Een zogeheten voormalig Lager – werkkamp – in Hamburg, waar Gerrit Eikenaar in de oorlog als dwangarbeider gewerkt heeft. Hamburg wat direct na zijn aankomst daar, in juli 1943, zo zwaar gebombardeerd werd. Tot mijn stomme verbazing kwam ik er achter dat het gebouw er nog stond. Als enige gebouw tussen alles wat weggevaagd is of nieuw gebouwd. Ik vond het, bij toeval, via Google StreetView.”
“Maar je bent daar ook naar toe gegaan?”
“Ja, mijn vrouw zei: “Maar je ziet het toch ook wel op Google StreetView?” Maar zo werkt het bij mij niet. Dan zit ik maanden te draaien op mijn stoel. Ik wil er dan naar toe. Liefst vandáág. Het kwam er in augustus van. Uitgerekend op de dag dat Gerrit Eikenaar jarig was en 101 werd. Ik belde hem op toen ik voor het gebouw stond..”
“Wat voelde je toen?”
“Duizend dingen. Een soort diepe connectie met zijn verhaal alhoewel je natuurlijk nauwelijks kunt voorstellen wat hij daar meegemaakt heeft. Maar dat een 101 jarige stem mij anno 2025 vanuit een ver verleden kan spreken riep.. enerzijds ongeloof anderzijds het gevoel: dat ik dit nog mag meemaken.. “(hij valt stil).
“Dit is ook in het boek gekomen..?”
“Ja, precies hoe ik het beleefd heb. En ook luchtiger avonturen met hem zoals dat ik wat grond van zijn geboortegrond meenam voor zijn 100ste verjaardag en dat dit heel wat anders bleek en de hommage die bij WVF aan hem gebracht werd, in 2024.”
“Wat was er met die grond?”
“Ik ga niet alles verklappen (lacht).”
“Nog één beeld ter afsluiting?”
“Herman Kamerman, diep wegzakkend in de klei terwijl hij een kruiwagen met mest het weiland in rijdt, in december.”
“Wat raakte je daar aan?”
“Gewoon: het beeld. Een beeld wat je nergens meer ziet. Ik noem Herman altijd de meest kleinschalige boer van Zwolle met zijn tien koeien.”
“De boer ploegde voort.”
“Dat kon er zo onder staan ja” (lacht)
“Is dit écht het laatste boek over Spoolde en Westenholte?”
“Ja, dit is echt het laatste. Ben voor mijn gevoel zowat acht jaar tot het uiterste gegaan in het opsporen van mensen en verhalen die nog verteld konden worden. Het is een uniek document geworden van bij elkaar tweeënhalf duizend pagina’s. Woord en beeld. Nu wodt het tijd voor een ander boek (lacht).”
“Zoals?”
“In ieder geval een boek over war ik zelf opgegroeid ben. Maar ik heb nog verschillende andere ideeën. Maar dat zijn eieren die of net gelegd zijn of die ontstaan.”


Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.