Oak – The third sleep

Ik beluister, ik zei het al eerder, te weinig, althans: actief muziek. Veel muziek, en mensen kijken mij vreemd aan als ik dit zeg, speelt zich af in mijn hoofd. Simple Minds op Torhout/Werchter, 8 juli 1984? Ik kan de live opname (ooit gekocht op een cassette bandje) nummer voor nummer, in de gespeelde volgorde, met nadruk op de zang in een zekere sectie of solo op driekwart van een nummer, naadloos herbeleven in mijn hoofd omdat het daar opgeslagen zit. Is dat normaal? Ik weet het niet. Bijgevolg speelt zich een heleboel muziek zich in mijn hoofd af, zonder dat ik deze fysiek hoef op te zoeken en af te spelen. YouTube is ook zoiets. Ik beluister daar regelmatig wat muziek, maar het komt de beleving niet ten goede. De beleving is: een album afspelen zoals het bedoeld is: in zijn geheel, in de vastgestelde volgorde.

Deze inleiding gaat vooraf aan het album van Oak – The third sleep. Muziekvriend Alex van Loon wees mij jaren terug op deze band waar hij helemaal lyrisch van is. Ik kocht The quiet rebellion of compromise en was, op zijn zachtst gezegd, aangegrepen. Dat voorgaande album heb ik ook nog niet gerecenseerd. Foei. Afijn, ik kocht The third sleep, was zogenaamd druk met andere dingen en hij bleef, foei opnieuw, op de stapel “nog te beluisteren” liggen. Aangezien een mensenleven niet eeuwig is, moest het er toch maar eens van komen, bepaald niet met tegenzin overigens.

Het Noorse Oak – Simen Valldal Johannessen (vocals, keyboards), Øystein Sootholtet (bass, keyboards, programming), Ole Michael Bjørndal (guitar), Sigbjørn Reiakvam (drums, percussion)- heeft vier albums uitgebracht sinds 2013 en moet dus niet verward worden met die andere – Engelse – Oak, die al meer dan 55 jaar bestaat.

The third sleep trapt af met No such place, en, ik beluister de muziek even “kaal” zonder mij te verdiepen in de tekst of de betekenis daar van. De stem van Simen Valldal Johannessen roept in No such place iets op van Michael MacDonald gecombineerd met Steven Wilson (overbodig: die van Porcupine Tree, red.) Het geluid is heerlijk ruimtelijk en doet denken aan een lome late nazomermiddag in september. De albumhoes van The third sleep heeft ook een hoog Steven Wilson gehalte met iemand die met een gasmasker (?) in een bos vol rook van een ondefineerbaar goedje rond loopt. Komt dat ruimtelanceringsstation achtige gesproken tekst er door heen dan voel je: Steven Wilson. En daar bedoel ik mee: de góede Steven Wilson van de eerste vier solo albums die hij uitbracht (mijn mening, red.). Is dit alles nu een kwalificatie van Oak, of een diskwalificatie? Met een ferme vuist op tafel brul ik hier: kwálificatie !

London heeft dat lekkere donkere sfeertje met drums en keyboards wat ik herken van The quiet rebellion of compromise en jawel, sorry, daar gaan we weer, van allerlei heerlijke terloopse drum breaks die toch wat doen denken aan.. nee.. nu hou ik op. Mán wát een sféér ! Het heeft een soort majestueuze schoonheid gespeeld door dit viertal die wéten dat ze iets groots neerzetten. Kippenvel. Onder alle tempi en overgangen zit een de rust van een kameel die door de Sahara trekt. Het gezicht is vér. De ruimte oneindig. Verdwaald in het nu. Je wilt nooit meer weg. Dan maar geen water. Sterven in schoonheid.

Run into the sun – ook al zo heerlijk. Nogmaals: ik beschrijf mijn primaire gevoel, niet wie nu precies excelleert of de fraaiste solo biedt in een nummer. Het gaat om de atmosfeer. Die atmosfeer waar zo’n heiig gordijn overheen hangt. Die rust, die je na een zomer kan overvallen als september daar is. Geen seconde verveelt. Het cliché nog maar eens van stal gehaald: dat dit nog kan anno nu. Shimmer heeft qua zang en songopbouw weer heel erg iets Steven Wilson/Porcupine Tree achtigs. Je zou willen dat Porcupine Tree nog bestond (alhoewel niet officieel opgeheven) – Steven Wilson: lees je mee? De overgang op 4.40 is wonderschoon en tilt Shimmer nog verder boven zichzelf uit. Wie de kroon mag dragen? The third sleep is een kroon vol met kroontjes. Shimmer eindigt qua keyboards, subtiel op de achtergrond wel wat als Genesis Entangled.

Shapeshifter – wat is Simen Valldal Johannessen een fantastische zanger – hij dráágt dit nummer, is weer zo’n fraaie zonsondergang boven de Sahara. Mag ik iets gedurfds zeggen? Zomaar, los uit de heup? Misschien is The third sleep wel het fraaiste album sinds Steven Wilson’s Hand. Cannot. Erase ? Zo’n album waarvan je weet: dat is het plafond van iemand solo. Dat keert niet meer terug. Totdat je het, in een geheel andere tijd, in een totaal andere gedaante, als een woestijnstorm, nooit meer verwacht, en opeens opdoemend aan de einder, aan je voorbij voelt trekken. Hé, lekker man – om maar even populair te doen – dat hadden we nodig. We leven nog ! Alleen al, nu bespreek ik toch een solo die op 7.20 – we hebben de tijd – is er één om de zanderige vingers eerst bij af te kloppen en dan te likken.

Borders schudt de dromer wakker, maar wederom vergezeld van die magistrale stem uit de fjord en die licht dansende toetsen van Simen Valldal Johannessen en Øystein Sootholtet. Oak klinkt groóts zónder bombast. Folk gecombineerd met progressive metal is het label wat er op de band geplakt wordt. Toch mis ik in zo’n beschrijving de verfijning die ieder label wat op Oak geplakt wordt, overstijgt. Misschien is Oak wel het hoopvolle vervolg op Porcupine Tree/Steven Wilson, zoals zij dat waren op Pink Floyd (een boude uitspraak, ik weet het, maar ik noem het toch maar even). Toch waart die geest van Porcupine Tree nog wel ergens rond, getuige het album van Richard Barbieri Hauntings wat op 10 april uit komt. Maar ik kom daar te zijner tijd op terug.

Sensory overload begint met die heerlijke ruimtelijke drums en keyboards en ontspoort daarna. Oak gaat hier op een donkere toer. Eenvoudig te begrijpen is, dat het nummer handelt over overprikkeling en de negatieve effecten die het op ons heeft. Heeft mijn veel en veel minder actief muziek draaien daar ook mee te maken? Tja, vroeger had je geen internet of I-Phone. Onze hersens zitten al snel vol. Toch merk ik – oh, daar is ondertussen op 4.40 weer zo’n puur zalig Porcupine Tree/Steven Wilson stukje, sorry heren – dat het vooral een geval is van je ergens op concentreren. Wat is het weer goed om me op een heel album te concentreren. Zonder beeld, zonder idiote reclames vooraf, in een goede geluidskwaliteit.

Eén luisterbeurt. Zoveel woorden.

Genoeg aanbeveling?

Gepubliceerd door Thomas Kamphuis

Gepassioneerd Vikingtijd, natuur en cultuur liefhebber.