Hark! en Co – Doopsgezinde Singelkerk Amsterdam, 4 april 2026

Het is op een nog vroeg tijdstip dat het concert – voor genodigden – van Hark! en Co aanvangt in de sfeervolle Singelkerk in Amsterdam. 12.45 voelt nog wat koud op de dag voor mij. Harke Jan van der Meulen en zijn gevolg; Sara Leemans in steeds meer betoverende zang, Josje ter Haar met viool die je steeds meer hypnotiseert en Lineke Lever op piano en Michiel Nijenhuis met dan weer schurend dan weer subtiel gitaarspel omlijsten het geheel, wat zich even moet vormen. De nummers van A fairer house than prose hebben de hoofdrol, maar ook wat oudere nummers van voorgaande albums worden gespeeld.

Het zal aan het ontijdig vroege tijdstip liggen dat ik óf de muziek er even over doet om eenzelfde diepte in mijn brein in beweging te brengen zoals het deed een half jaar terug in Theater De Richel. Langzaam aan vergeet ik het licht en de enorme kerk om mij heen en zink weg in die droomachtige staat die de muziek van Hark! en Co. oproept. Alsof A fairer house than prose al een tijd achter ons zou liggen – Harke Jan van der Meulen is alweer op poëziereis. Gastzangeres Hester Noyon zingt in een kakelvers nummer: La Mer est plus belle.’ Het blijkt een ouverture te zijn tot een nieuw project waar Harke zich over gebogen heeft.

Ik vraag Harke naar de achtergronden bij deze nieuwe aanstaande loot aan de boom van opmerkelijke albums waaraan hij een cyclus ziet, welke met een album met liedjes op tekst van Paul Verlaine, rond raakt. ‘Ik heb al heel lang iets met de Franse taal willen doen.’ Hij vertelt enthousiast verder: ‘Wij gingen vroeger met mijn ouders altijd op vakantie naar Frankrijk en dan draaiden we altijd liedjes in de auto van Julien Clerc, Dave, Gilbert Becaud, Joe Dassin. Liedjes met een speciale sfeer, chansons met een popgeluid maar ook een klassieke inslag, een prachtige combinatie. Als er een Frans lied in de hitparade stond, waren de Franse leraren bij ons op school altijd trots, en terecht, want het was moeilijk om door te dringen in de door de Angelsaksische landen beheerste popmuziekcultuur. De afgelopen jaren ben ik begonnen met liedjes te schrijven op tekst van Paul Verlaine, een beroemde (wederom) 19e eeuwse dichter die alle Fransen kennen en die zelfs kinderen op de basisschool al lezen.’

La mer est tres belle, in de versie gespeeld door Hark! en Co en gezongen door Hester Noyon heeft gelijk mijn aandacht. In een apart soort opera achtige dictie klinkt het nummer heerlijk eigengereid en is het wederom een bloem in de knop waarvan ik met spanning wacht tot hij open gaat op het toekomstige album tussen alle andere bloemen die door Harke Jan zorgvuldig worden gekweekt, van een scheut water voorzien, in de zon rijpen, liefdevol toegesproken of vaderlijk een onvermoede richting in gestuurd en ons op een dag gelijk een zacht-koele septembernamiddag nóg een keer de zomer verlengt en doet verlangen naar méér.

Hester Noyon zingt La mer est tres belle

Nu echter, ontluikt op een ander moment natuur, en wel op deze paaszaterdag. Het concert is goed en wel onderweg als je je realiseert: ik wil niet weg. Een onderhuidse spanning én ontspanning tegelijk overvalt me. De tijd, steeds sneller gaande als men ouder wordt, sust droomachtig in slaap bij de muziek van Hark! en Co. en dat is een kwaliteit. Pas in het laatste kwartier meandert en stroomt alles en bevind je je in een staat van in een cocon zitten waar het warm is en je nog geen zin hebt om er uit te kruipen. De muziek van Hark! en Co. voelt soms als een omgekeerde geboorte en soms als een naderend sterven.

De geboorte van dit Paasweekeinde had niet mooier kunnen zijn. Het naderend sterven, de gedachten daar aan die ons allemaal soms, zeer voortijdig, kunnen vervallen, weergegeven in sommige teksten van Emily Dickinson, benadrukten de waarde van het leven nú. Die kleine – véél te korte – twee uur in de wondere wereld van Hark! en Co. bestierven pas bij mij, verzachtten in mijn hersenen, toen ik, de moordende drukte van Amsterdam ontvlucht, ’s avonds tussen de kievitstulpen stond in de weilanden tussen Zwolle en Hasselt. Gelijk het leven van een kievitstulp was dit concert van Hark! en Co. – kort en betoverend. Je kunt geen jaar zonder, je realiseert het je pas als je de ervaring wéér beleeft.

Harke Jan van der Meulen en zijn band knoopten leven én dood muzikaal sámen in een wonderlijke val, zoals je die wel kan beleven als je pas in slaap valt, een val die echter nooit een vallen is, maar in wezen een loskomen. Een loskomen waar ondergetekende alweer naar terug verlangt.

Gepubliceerd door Thomas Kamphuis

Gepassioneerd Vikingtijd, natuur en cultuur liefhebber.