Mag ik, voordat ik een uitweiding begin over The sound of falling, mijn trompet uit steken over het fenomeen bioscoop? Naarstig was ik op zoek waar deze film te zien was, en ik vond het eerst niet. “Ach” dacht ik terloops “misschien is hij later online of op dvd te zien.”
Wat een groteske mis- en onderschatting van het fenomeen bioscoop. Uiteindelijk kom ik te weten dat hij draait in Het Fraterhuis in Zwolle. Dánk Henk Hofstede voor het mij nog, onbewust, nét op tijd attenderen op deze Grote Film. Het is maandagmiddag en de film draait voor het laatst. Het is net voor vieren als de bioscoopbediende vraagt hoe lang we de pauze tussen de twee delen film willen laten duren. Dat kan kort. “We zijn met zijn achten of negenen.” Verbazing is mijn deel. Zó weinig mensen. Ja, natuurlijk, het is maandagnamiddag en de film “doorbreekt” het reguliere avondeten van menigeen. Maar toch. Uiteindelijk dijt het gezelschap uit tot een twintigtal. De sfeer is vol verwachting. Het licht dimt en je wordt gelijk de film ingezogen. Door het ongeëvenaarde geluid, het intieme donker om je heen. Dit bereik je nergens anders en het is dé manier om je van alles wat ervoor komt én daarna zal komen, af te sluiten.
Soms ontroeren films je, een enkele keer écht. Héél soms gaan ze voorbij dát, maar eigenlijk nooit. Tót deze landerige maandagnamiddag die in iets transformeert waarbij woorden en bloemrijke lezingen tekort schieten. Toch, een poging daar toe.
Een afgelegen boerderij in de Duitse Altmark vormt het decor voor momentopnames uit de levens van vier gezinnen, vier meisjes in het bijzonder; Alma (jaren 1910), Erika (jaren 1940), Angelika (jaren 80) en Lenka (jaren 2020). The sound of falling grijpt je meteen bij de kladden met wat ik niet anders kan beschrijven dan een onzichtbare maar volstrekt geloofwaardige en vóelbare hand, die je naar de jaren tien van de vorige eeuw trekt. Je lostrekken is onmogelijk. Je kijkt niet meer naar een film, nee, je bént er. Álles in de vormgeving – de volstrekt authentieke boerderij en zijn inrichting, de griezelig raak gevonden acteurs met hun uiterlijk die rechtstreeks uit die tijd tot ons spreken en bovenal het David Hamilton achtige filter, regelmatig gepaard gaande met de ruis van een lp/plaat die net opgezet wordt trekken je als een wichelroede naar het water toe. Dat gaat heel geleidelijk.
De dood is een terugkerend thema gedurende de film, die heen en weer laveert tussen die jaren 10 en het nu. De dood als een loden zware decembernamiddaglucht die overal overheen hangt. Slecht(s) begrepen wordt en toegelaten bij de zeer ouden. Niet begrepen, en eveneens verzwegen, bij de voortijdige dood. Beschermd als de dood zich niet langer liet kisten. Onbeschermd als de voortijdigheid een eigen falen ongenadig aan de oppervlakte brengt en dan nóg, de schijn van een héél leven als gezin, hoog houdt. Tot in het extreme. Dat ongemak met de dood wordt magistraal opgebouwd. Het 7-jarige vroegtijdig overleden zusje van Alma wordt met Allerheiligen – daar is die loden atmosfeer – herdacht in wat bijna een processie is naar De Kast Waar de Gevallenen Herdacht Worden – de kleding rouwzwart, de haren strak naar achter, de pijn voelbaar achter je vingernagels, maar nooit onderling ge- dan wel verdeeld. We kijken naar een vage foto waarbij het overleden zusje – naar later zal blijken – op een sofa gepositioneerd is, voor de gelegenheid aangekleed, met de ogen dicht, alsof zij ligt te slapen. Moeder staat achter de sofa. Sterven in schoonheid binnen de lelijkheid van het elkaar niet zien binnen een gezin.
Overgrootmoeder sterft. Zij wordt opgebaard. Het venster open gezet om de geest het lichaam te laten verlaten en op de ogen worden twee platte steentjes gelegd tegen het boze oog.
Pauze. Een welkome pauze. Verbazing om mij heen. Niemand begrijpt de film en vind hem zwaar. Besmuikt loopt men even de zaal uit, op zoek naar een vruchtensap of water. Ik vóel de film. Tot in mijn tenen. Die emotie is mij genoeg.
De film vervolgt en je bevind je inmiddels in een draaikolk van water en mist. Je verdrinkt. Komt weer boven. Verdrinkt opnieuw. Je geest lijkt totaal ontkoppeld van de dag. Het is verworden tot een trip die, juist ook door de lange shots en de lengte van de film, aanvoelt alsof je nooit wilt dat het eindigt. De dood komt weer om de hoek kijken in de jaren 10 setting. Een dochter moet gaan werken bij een boer. Iets waar zij absoluut geen zin in heeft. Het woord weerzin is aan herdefiniëring toe bij de enscenering van dit ongemak. Uiteindelijk kiezen de vrouwen in The sound of falling ieder voor de ultieme bevrijding. In de één of andere vorm. De dochter die moet gaan werken bij de boer kiest haar ultieme vluchtpoging en laat zich van de bok op de rijdende hooiwagen vallen. Dood wordt de dode ook hier bepaald niet met rust gelaten. Pas in de dood lijkt men zich te bekommeren – evenwel op dezelfde meest gruwelijke, egoïstische manier. We zien een ooglid vastgenaaid worden aan de wenkbrauw. Wat zien we hier? Verbijstering. Nog nooit een zaal zó stil meegemaakt. De ontijdige dood wordt, zoals gezegd, slecht verwerkt. Je kunt ook geen begrip krijgen van verwerking als scherven altijd de basis waren. Je gaat wanhopig op zoek naar lijm. Voor het gezin is dit in dit geval naald en draad, waarbij de ogen van de overledene open worden gehouden. Een fotograaf komt langs, het gezin posteert zich om de “opgezette” overledene op dezelfde sofa. Het gezin “compleet” is misschien de meest pijnlijke seconde in de hele film van ruim tweeënhalf uur lang de snelle, terloopse, veeg die de moeder doet om een ongerechtigheid van de jurk van haar overleden dochter te krijgen, net voordat de fotograaf het tafereel vastlegt. Op tijd voor de volgende Allerzielen.. Tegelijkertijd moeten we ons, vanuit 2026, beseffen dat dit, toen, gemeengoed en gebruik was. Vaak was dit de ultieme kans om een foto van een gezinslid te krijgen. Maar toch .. liever de zwijgende en je nooit van een ongemakkelijk antwoord voorziende foto dan een gesprek als levende?
The sound of falling is geen licht verteerbare maaltijd. Gelukkig maar. De verbazing van menige bezoeker om mij heen na afloop verbaasde mij. Deze bezoekers waren op leeftijd. Misschien was hun ongemakkelijke verbazing de verbazing over het feit hoe lang hun kindertijd achter zich lag en dat op een dag het gezicht van de dood ons steeds meer aan kijkt. Het is het hedendaags, ja zeker nú óók, ongemak met de dood die The sound of falling zo aangrijpend maakt. Aangrijpend, maar ook zó betoverend. Alles verdwijnt. Als je in de jaren zeventig aanbeland kijk je verbeten naar een soort “helaasheid der dingen”, die – scene met een wedstrijd wie op de fiets het snelste een paling uit een emmer kan vissen mij onwillekeurig deed terugdenken aan Die Blechtrommel. Een moeder – die moeders maken wat stuk in deze film – maakt wéér wat stuk: dit keer de antieke – typisch Duitse – kacheloven. Haar dochter wordt vooral gezien door haar oom, op een wijze die haar op een dag doet vluchten. Hier worden de elementen magistraal in elkaar vervlochten. De noviteit van de jaren zeventig, de polaroid camera, brengt de familie – tegen wil en dank – bij elkaar. De dochter staat naast de oom en neemt, juist als de fotograaf afdrukt, een besluit. Ze vlucht. De vlucht wordt op de foto vastgelegd als een spookachtige waas. De spookachtige waas van een mens die toch al niet leek te bestaan binnen het gezin. Gelijk de onscherpe spookachtige waas foto uit het begin van de vorige eeuw van het overleden 7-jarige zusje. Ook hier een vrouw die vlucht en de ultieme consequentie beleeft: ze springt een afgrond in. Hoe die afgrond afloopt komen we niet te weten – een vlucht van Oost naar West Duitsland.
The sound of falling overschrijdt vele grenzen waarvan je bij jezelf geen idee had dat ze bestonden toen je in je stoel ging zitten. De geest verruimd en gedesoriënteerd, maar ook losgeraakt van alle daagsheid loop ik de zaal uit. Ik ga niet met de bus naar huis maar loop een uur lang naar huis toe, van de drukte van de stad en steen uiteindelijk het platteland in. Verdwaasd van allerlei emoties kom ik de rest van de avond tot niets dan voor mij uit kijken.
In de eindigheid van het leven beleefde ik een vitaal teken van het leven zelf en wat het leven de moeite waard maakt. De tijd was stil gezet. Mijn brein losgekoppeld.
Een meesterwerk? Ja, een meesterwerk inderdaad.

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.