Natuurblog 17 september 2021

Tijd voor een rondje Vreugderijkerwaard. Van afstand zweeft een ‘koerlie-koerlie-koerlie geluid door de lucht. Dromerig, verdragend. Het brengt mij gelijk terug naar juli 1988, mijn allereerste reis op mijzelf met een wandelgroep naar het Sarek Nationaal Park in Lapland in Noord-Zweden. De goudplevier is dé vogel van de noordelijke toendra. Hij doet mij terug verlangen naar Lapland. Al 33 jaar.

De goudplevier kwam altijd half nieuwsgierig, half waakzaam kijken op het houten smalle looppad door het veen en de toendra en liep dan voor mij uit. Hoe stil het in de uitgestrekte velden ook was, de goudplevier hield je gezelschap als iemand die je de weg wees. Nu, in september, zitten ze met honderden in de Vreugderijkerwaard, omringd door kieviten.

De lepelaars zitten er ook nog steeds. Na een nat voorjaar en de overstromingen van de zomer, staat het water nu opvallend laag en daar komen veel vogels op af.

Opeens is er paniek in de lucht en alles vliegt op. Ik kijk rond, maar zie niets wat bedreigend of verstorend zou kunnen zijn. Het lijkt meer op speelgedrag. Misschien zonderen zich een paar vogels zich af voor de laatste roddels, heeft de hele groep dat door en vliegt daar dan achteraan om niets te missen. Voor je het weet gaat het over joú. Of over die ander, en zie je dat dan maar weer mooi bevestigd. Niets menselijk is vogels vreemd.

Ik loop terug langs de Zalkerveerweg en de zon breekt door. Half september zie je dan opeens dat het licht verandert. Het raakt wat gedempt door de snel lager staande zon. Het licht wordt zachter, schilderachtiger.

De zon breekt ook maar even door en gelijk zie je overal atalanta’s, een vlinder die nu bij tankt voor zijn lange reis naar het zuiden. Hij heeft een paar favoriete planten. Eén daar van is beslist de hemelsleutel, een sedum soort die nu bloeit. Ooit noemde ik deze plant septemberkoning, en dacht dat dit altijd een verzinsel van mij was, maar deze naam heeft hij dus ook. Septemberkoning klinkt lekker krachtig. Dan ben je de baas. De rest is van een tweede categorie. Alhoewel? De koning moet toch één keizer boven zich dulden.

Wat dan die keizer is? De heilige graal voor insecten in het najaar: de klimop. Ze kunnen niet wáchten tot ook maar de eerste bloem ook maar íets van een bloeigeur af geeft. Gisteren was het zo ver: alsof er het hele jaar naar uitgekeken is. Wederom is het een atalanta die de primeur smaakt.

De komende zes weken is de klimop hét decor van voortdurend gezoem, gefladder en laatste toevluchtsoord voor vlinders, bijen, zweefvliegen en wat al niet meer. Een bron van continue leven in de tuin die langzamerhand naar winterslaapstand glijdt.

k was wat vroeg met het voeren van vogels begonnen. Gevolg was dat er een continue stroom van koolmezen, pimpelmezen, mussen en eksters was met soms een vlaamse gaai maar dat variatie ontbrak. Nu ik daar voorlopig mee gestopt ben, hoor ik opeens de heggenmus die teruggekeerd is in de tuin. Eind november eens beginnen met voeren: vroeg zat. Wat ik nu wel doe is het voeren van egels, die kunnen wel wat extra’s gebruiken komende maanden voordat ze – hopelijk in de tuin – weer in winterslaap gaan. Het egelvoer

valt zeer in de smaak.

Gepubliceerd door Thomas Kamphuis

Gepassioneerd Vikingtijd, natuur en cultuur liefhebber.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: