De toverlantaarn

Melnik, Bulgarije, afgelopen mei.. Ik loop het hotel uit en zie iets liggen op straat wat een luik aan herinneringen op. Een dia strook. Voor de mensen en generatie(s) die onwetend zijn verworden van wat dat nu is enige explicatie. Vroeger.. véél te lang geleden zegt de melancholicus in mij, kon je dia’s maken met een dia toestel. Misschien kan het nóg, of wéér en heb ik dat helemaal gemist, getuige mijn vondst van de ontheemde dia strook op straat. Ik begon een hele verhandeling tegenover mijn vrouw, die, weliswaar enigszins bekend met dat verloren gegane fenomeen, toch werkelijk geen beeld had hoe De Dia Tot Ons Kwam. Maar daarover straks meer.

Vader had een dia toestel. Zeker 55 jaar lang. Op 83 jarige leeftijd besloot hij dat hij maar eens weg moest. De uitvaart moest worden vastgelegd, en zo maakte ik een foto van het laatste eresaluut.

Het toestel had hij begin jaren zestig gekregen van mijn oom, en moet dus al uit de jaren vijftig afkomstig zijn geweest. Het bleef al met al een zestig jaar onverwoestbaar, afgezien van een kleine deuk veroorzaakt door De Posterijen.

Terug naar de dia. Tijd van bewust foto’s maken en de beperking – die ons zeker niet ongelukkiger maakte. Voor de vakantie werden twee, in een bijzonder dolle vooruitziende bui, drie rolletjes gekocht, waarmee je ieder zesendertig dia’s kon maken. Vaak “ging” een vakantie op twee rolletjes en was het met tweeënzeventig dia’s wel bekeken. Dat vergde planning, inzicht in wat nu wél en vooral wanneer nu níet het toestel gebruiken. Tijdens de vakantie even nog een dia rolletje bijkopen wasnicht im Frage.

Welnu. Vader en zijn gezin kwamen terug van vakantie. Dan werden de rolletjes weggebracht en na een week of twee waren ze – letterlijk – ontwikkeld en begon een minutieuze operatie. De stroken werden tegen het licht gehouden, het begin en eind bepaald en dan begon het op maat knippen van de dia’s – mijn vrouw dacht dat deze kant en klaar, in geraamd, aangeleverd werden.. Mis ! Mijn vader trok zich nu terug, mocht absoluut níet gestoord worden en ging aan de slag. Op één dia strook zaten vier of vijf dia beelden en die moesten eerst van elkaar onderscheiden worden en “opgeknipt.” Was dit secure werk volbracht, dan moest de betreffende dia in een zogeheten dia raampje vastgezet worden. Twee omlijstingen moesten dan tezamen met de dia vastgedrukt worden. Het stoom kwam vaak uit de kier onderaan de slaapkamerdeur. Het was niet het enige stoom, maar daarover later meer..

Was dan nu dit werk gedaan, dan pakte mijn vader de Oost-indische inkt en schreef, verfijnder dan een negende-eeuwse monnik die hetBook of Kellsillustreerde, de beschrijvingen van de dia op de begeleidende papieren strook, die men onder de deksel van de dia cassette kon schuiven. Het Werk kon nu geopenbaard worden..

Dat geschiedde dan meestal op een zondagmiddag en de toverlantaarn, in dit geval de diaprojector en projectiescherm werden tevoorschijn gehaald. De diaprojector werd uit de doos gehaald alsof het de mummie Toetanchamon betrof, met zulk een voorzichtigheid, dat bij ons het zweet uitbrak – op voorhand – of het dan toch niet een keer mis zou gaan. Dit welhaast sacrale ritueel werd ingegeven door De Lamp In De Diaprojector die Zeer Kostbaar én Gevoelig was oor Onverhoedse Bewegingen en Trillingen.

Was een en ander gestabiliseerd en veilig gevonden. Dan ging de projector aan.. Een wonderlijke geur van verschroeid metaal steeg op wiens herinnering, blijkbaar ! mijn neusvleugels nooit verlaten hebben. Daarbij werd, voorheen onverklaarbaar, gedrag van mijn vader nader verklaard. Zomer of winter: hij zweette zich kapoeres bij de dia sessies. Maar waarom dan toch? Bij zó een ontspannen aangelegenheid?

Zulks werd mij gisteren dan toch opeens duidelijk. Na al die jaren.. Ik ging Dia’s Kijken. Mijn vader maakte er meer dan drieduizend. Die staan dan in dozen, je kijkt er nooit meer naar om, maar, op een dag word je er terug nieuwsgierig naar en vangt De Reis door de Tijd aan, die alle herinneringen door elkaar husselt en tot je verbazing naar een tijd doet kijken die zo ver weg lijkt, en toch nog zo dichtbij.

De lamp van de projector snorde een kouwe vijf minuten en ik werd een helse hitte gewaar. Het metaal van de projector deed de temperatuur in de woonkamer gelijk met een graad stijgen. Een hittekanon. De tijd van spaarlampen bestond nog niet en zeker een tiende van de opwarming van de aarde moet veroorzaakt zijn door dia projectoren. Sinds gisteren ben ik daar vast van overtuigd.

Maar.. hij dééd het nog ! Behoedzaam bekeek ik verschillende dia’s en bekeek mijn vader op een leeftijd die ik voorbij ben. Een lach en een traan over de mensen en de dingen die voorbij gaan. Maar waren ze voorbij als ze deze herinneringen opriepen?

Als kleine ode aan De Onvolprezen Dia én de reizen met mijn vader een foto van lang gelden. Om precies te zijn, op de Großglockner gletsjer in Oostenrijk. Toen gletsjers nog gletsjers waren en er niet aan risicobeheersing werd gedaan. Moedig stapte mijn vader – met zijn doodgewone kantoorschoenen – de gletsjer op. Het was koud, maar de zon scheen. Op zijn gladde zolen hebben we een heel eind gelopen. Speciale wandelschoenen? Daar deed hij en dus: wij niet aan. Op 3.500 meter hoogte.

En zo belandde ik dus terug op de Großglockner gletsjer dankzij een verloren dia strook in 2026 in de stad Plovdiv in Bulgarije.

Ik kwam thuis en ging opnieuw op reis. Op zoek naar de verloren tijd.

Ik, verrassend genoeg, hervond hem..

Gepubliceerd door Thomas Kamphuis

Gepassioneerd Vikingtijd, natuur en cultuur liefhebber.