Het wordt weer hoog tijd voor een paar natuurblogs. Immers: in de vaak wat vergeten stiller wordende tijd buiten valt er juist heel veel te zien.
Waarom begin ik dit blog nogal blasfemisch met ‘hálleluja!’? Wel. Omdat ik weer eens aangenaam verrast ben. Aanleiding dit keer: een wandeling naar het Boetelerveld (in Salland, Overijssel) . Het Boetelerveld, wat van ontginning gespaard bleef in 1953 door de watersnoodramp. De machines die het gebied zouden ontginnen – lees: zouden ontdoen van zijn veen voor de winning van turf – moesten halsoverkop naar Zeeland toe. Daarna werd het gebied door de alvernietigende hand van de mens bespaard.
Het kleine feestje begint als je de wandeling met de klok mee loopt, dus eerst door de landerijen links van het Boetelerveld. Sinds dit jaar is de zogeheten derogatieregeling van kracht waarbij het agrariërs verboden is nog langer mest uit te rijden tot de slootkanten aan toe. Een strook van 3 meter moet vrij blijven van bemesting om ook de waterkwaliteit terug te krijgen. En wat er dan gebeurt.. hálleluja. Ongelooflijk. Daar heeft men een halve eeuw over lopen vergaderen.

Precies in de strook tussen bemest land en sloot gaat van alles fraais groeien en bloeien. Natuurlijk landschap. Kruidenrijk. Vrij van de allesverwoestende en vergiftigende ammoniak die met de mest uitgereden wordt. De hemel gaat open. Het land komt weer tot leven. Hálleluja !

Foto’s vertellen vaak meer dan 1.000 foto’s. Er komt weer structuur in het landschap. Doordat de strook niet meer bemest wordt, krijgt ook de slootkant weer zuurstof en adem. Talloze insecten en libellen verschijnen, aangelokt door de kruidenrijke weiderand. Het is een begin mensen. Het is een begin.

Tot je stomme verbazing zie je een akkerwinde verschijnen. Nog zo’n Ot en Sien bloem uit vér vervlogen tijden. Dit gebeurt dus als je grond met rust laat. De natuur met rust laat. De grond wordt voedselarmer, kalkrijker en alles er bóven én onder voedselrijker (wormen etc.). Voor insecten én het vee. Én.. de bodem krijgt weer structuur waardoor deze veel beter tegen de steeds vaker voorkomende droge perioden kan. Je hoeft geen boer te zijn om dit te weten. Maar dat is het probleem ook. Veel te lang is Nederland zijn verbinding met de bodem kwijt geraakt.

En wat het met het water doet.. hier geen vuistdikke algengroei die alles verstikt van waterleven. Nee, kristalhelder water waar je de bodem ziet. Midden in een agrarisch landschap. Het kan dus niet alleen, zo zou het vanzelfsprekend moeten. Hier wordt effectief aangetoond wat het effect is van wat minder mens ten faveure van wat meer natuur. Die natuur, waar we het als mens toch van moeten hebben. De natuur immers, die overleeft de mens wel. Andersom niet. Ik herhaal het nog maar weer eens.
Even verderop komt het kleine feestje helemaal tot uitbarsting. Hier heeft een boer een kruidenrijke akker links en rechts naar het wandelpad langs zijn weide aangelegd. Hij scheert langs met een tractor, bemest overduidelijk iets op zijn land met korrels, maar lacht breeduit het grootkapitaal van melkfabriek, supermarkt en Rabobank uit. Ik steek twee duimen in de lucht. Deze boer heeft het door, en lacht iedereen uit en toe. Hij is uit het systeem gebroken en rijdt de hele dag langs bloemen.

Ook hier is een niet-bemesten-ingericht, maar juist door er wat met te dóen: insecten trekken. Wilde peen is hier één van de geschikte bloemen voor. Wit, paars en geel: dan zit u altijd goed qua bloemensoorten.
Hier word je vrolijk van. Ook op een zwaar bewolkte dag. Het gonst, er vliegt van alles rond en er zit heel, heel veel op de schermbloemen van de peen. Op zonnige dagen is het niet ongewoon dat je wel 20 insecten ziet op één bloemenscherm.

Landschap, zoals het tot in de jaren 70 nog gewoon was voordat de Grote Onzin toesloeg. Ten halve gekeerd in het ten hele gedwaald als variant op de uitdrukking: het kán. En er is heel snel heel veel winst te behalen. Winst, die zich niet langer laat uitdrukken in geld, maar in welzijn. Ook óns welzijn.
Voorwaarts ! Hálleluja !