Enige tijd terug schreef ik al over Jon Fosse en het eerste deel van zijn trilogie Septologie, die ik gelezen had. De afgelopen weken heb ik deel 2 – Septologie III-V – en deel 3 – Septologie VI – VII gelezen, en ik ben in verwarring.
Deel 1 trok mij een wonderlijke wereld binnen, van een hoofdpersoon die uit twee helften lijkt te bestaan en in zijn vertwijfeling, zoekend naar woorden, de essentie van het bestaan magistraal vervat. Deel 2 viel mij vooral op de nog wendbaarder wendingen tussen heden en verleden. Toch lijkt het leven hem vooral te overkómen. Het talent – schilderen – kan hij, lijkt het, slechts manisch kwijt in een zich van-zich-af-schilderen van gedachten. Werkelijk, in het hier en nu, van genieten kan hij moeilijk. Ook de ontmoeting met – wat later blijkt een veel te kort geleefd samenzijn – zijn vrouw lijkt vooral gestuurd door háár, zonder dat nu duidelijk wordt of het nu ook van hém uit gaat.
Deel 3 is misschien wel het meest sombere deel van de trilogie, die, tussen de regels door, wel lijkt te waarschuwen voor allerlei zaken van levensbelang. De hoofdpersoon Asle heeft, jarenlang, nogal achteloos schilderijen weggegeven aan een vriend van hem, die deze iedere Kerst dan meeneemt voor zijn zus, bij wie deze op bezoek gaat. Het lijkt meer een gewoonte dan een keuze uit overtuiging. Pas op het allerlaatst, in wat zijn laatste Kerst b/lijkt te zijn, gaat Asle mee met zijn vriend Asleik – die hij net zo waardeert als verfoeit – en ontmoet diens zus en loopt langs een galerij van schilderijen van Asle’s hand, die zich gevormd heeft in het huis van Asleik’s zus over de vele jaren.
Regelmatig wordt de lezer in verwarring achtergelaten als blijkt een Guro in een brand omgekomen is, maar tegelijkertijd dezelfde persoon l/blijkt te zijn als de Zus van Asleik, die ook Guro heet. Het zijn stijlfiguren van Fosse, die desondanks niet afleiden voor de juiste verstaander/lezer: de meerdere – onverholen – boodschappen die in deze trilogie opgenomen zijn. Het niet alleen herkennen en erkennen van je talenten, maar daar ook zuinig mee om gaan en ze niet in de (uit)verkoop doen. Hou niet vast aan gewoonten, zoals het altijd maar blijven omgaan met mensen die je in het diepst ergeren – en waarvan het lijkt dat ze er alleen maar zijn omdat er iets bij je te halen valt (Asleik en zijn jaarlijkse vraag om een schilderij voor zijn zus).
Het woord wat bij mij boven kwam drijven door de drie boeken heen was het woord inertie. Eén van de omschrijvingen van de betekenis van dit woord is: daadloosheid. Er hangt inderdaad een hoge mate van daadloosheid ‘in de dagelijkse gang’ over de hoofdpersoon. Enerzijds zit er altijd een vorm van inertie in ieder van ons, maar in het personage (of: de personen) van Asle wordt dit wel héél ver en op deprimerende wijze doorgevoerd.
Als er één waarschuwing is, die in Septologie verholen is, is het dat het leven gelééfd moet worden. Actief. Op je eigen beweging en voorwaarden. Anders word je geleefd en wie geleefd wordt wordt inert. Septologie is een boeiende trilogie voor wie deze verborgen boodschap herkent. Het is wel een uiterst zwaarmoedige Scandinavische trilogie, zoals nog wel eens gewoon wil zijn in die streken. Toch zouden we ze de kost moeten geven, de mensen, ook zonder enige artistieke of kunstzinnige interesse, dit inerte – in diepste wezen lege – leven lijden.
In die zin is Jon Fosse’s Septologie een waarschuwing – en minimaal een aansporing – voor iedereen. Lééf. Leef nú.

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.