
Inmiddels vaste prik – je kunt de klok er op gelijk zetten – eind augustus – zijn de aankondigen over de komende winter afkomstig van in de marge opererende niet officiële “instituten” welke zich met het weer bezig houden.
Eén zo’n persoon is Reinout van den Born, De Weerverteller, die prat op seizoenvoorspellingen gaat – met name – de winter. Hij voert daar allerlei vermeende, of anderszins quasi bewezen ondoorgrondelijke indicatoren op en hun verondersteld evidente uitwerking op onze atmosfeer. Hij wordt door nogal een vaste schare gevolgd op het online weerforum www.weerwoord.be Wanneer dan zijn annonce eind augustus dáár is – en het wordt áltijd winter, nooit géén winter – verschijnt gelijk een in heidense tijden door de kerk ingevoerde- Belofte aan Maria het toch wat domme online publiek, in het duister bos. Als overvallen door een massapsychose zijgt men op de knieën en kruipt op handen en voeten, met betraand gezicht, voort van blijdschap omdat Het Orakel het zich wederom behaagd heeft zich uit te spreken over een aankomende winter. Op naar de Steen Reinout van den Born, gelijk de Hadj naar Mekka. Huis en haard wordt verlaten, de vrouw verzocht zich de aankomende vijf maanden minimaal niet te vertonen wanneer de weerleeghoofd zich achter het scherm bevindt en een levensbehoefte als slaap volledig negeert om in de informatiebehoefte te blijven voorzien.
Dat deze Maria zich, ondanks de voorgespiegelde belofte, al ruim twaalf winters verzuimd heeft haar gezicht te tonen, is niet vreemd. Ondanks dat we 1) inmiddels zowel qua dag- als nachttemperaturen 3 á 4 graden boven de temperaturen zitten welke we nog in de jaren 70 en 80 beleefden, 2) het ene na het andere hitterecord op ons afgevuurd wordt, 3) de zeeën ook met zeker 3 graden opgewarmd zijn ten opzichte van toen, is kennis, die tijdens de zomer gevierd wordt – tot het aanbidden van het zoveelste temperatuurkaartje van een Amerikaans instituut die ons 40 graden plus belooft – terstond opzij gezet en vergeten.
Vanaf eind augustus wordt de veertig-graden-plus religie subiet verlaten en het (bij)geloof in een ouderwetse winter krachtig omarmd. Vanaf nu tot zeker begin januari laaft men zich aan de Hoorn des Overvloeds van Reinout van den Born zijn berichten over de komende winter. Daarbij wordt de spanning als in een subtiele thriller met de maand, ja zelfs per week, opgevoerd. Ondertussen zitten we nog met twintig graden in november en wil het tegenwoordig ook in december absoluut geen winter meer worden. Sterker nog, op het moment dat bepaalde weerdwaalgeesten tegen de Kerst aankondigen dat vanaf Driekoningen (6 januari) nu écht de winter moet beginnen, begint een merel in mijn tuin voorzichtig te zingen. Dit gebeurde vroeger nimmer vóór de verjaardag van mijn moeder zaliger, 12 februari. Pas dán, als een tweede langdurige vorst- en of sneeuwperiode in den einder héél langzaam zijn graf vond, vond een pril ontwaken in de natuur plaats.
De thriller echter komt bij onze Weerverteller vaak opeens ten einde. Dat is ook een vaste waarde, die men van tevoren van mijlenver ziet aan komen. Dat zit zo. Je kunt een slecht, uit de lucht gehoopt/gegrepen verhaal niet tot in het oneindige volhouden. Bob Marley zong al: “You can fool some people sometimes, but you can’t fool all the people all the time.” Het is dan ook vaak exact op die 6e januari dat Het Orakel wederom spreekt – maar nu met de zeis van Pierlala in zijn knuisten. Het wordt niets meer ! “De atmosfeer heeft gesproken.” De rest van de “winter” zal zacht zijn – net zo zacht als het in december was !
Wederom collectief breekt een Noord-Koreaanse huilsessie uit rondom de spreeksteen Reinout van den Born en met diep voorovergebogen rug strompelt men huiswaarts, onderwijl de leden van de sekte wild uitscheldend die een woord van kritiek durfden te uitten en het al van begin af aan als kwestieus aanmerkten. Het lánge wachten begint nu voordat het weer terug een beetje interessant wordt voor de laagvoorhoofdige online sekte. Het moment dat de eerste hittekaartjes verschijnen. Een twintig graden in februari – die al lang wintermaand af is – wordt daarbij anno 2026 als “te gewoontjes” ervaren.
Een ander – zelfverklaard – genie, (‘zomer 2025 – eindelijk zwaar onweer’) voert – nog schaamtelozer – eenzelfde jaarlijkse opvoering. De enige primeur die deze man representeert is eenzelfde tijdsschema: eind augustus:

Dit is nu de man die de hele dag dobbelt, zegt dat hij op die dag 6 gaat gooien, vervolgens geen 6 gooit, daar nooit op terug komt en als – bij toeval – er een keer 6 gegooid wordt de hele wereld begint uit te schelden dat hij altijd al gelijk heeft gehad. En dan is er vast weer iemand uit een bepaald segment uit de samenleving die met hem dit lege feit viert. Ondertussen X-t of: tweet dit personage vanaf zeker half/eind oktober kaarten met koude invallen en temperaturen (ver) onder nul op een termijn van 240 uur of nóg veel verder. Vált er dan eíndelijk een eenzame sneeuwbui in het holst van januari – de zeer kort verworden weken tussen 5 en 25 januari dat er een verschimmelde taartkruimel gevierd wordt van wat eens een kloeke taart was – dan is het land te klein. Ik noem dit de 20.00 NOS Journaal sneeuw, die op een verloren januariavond valt en exact een paar uur kletsnat blijft liggen – dan worden alle honderd koude kaarten vanaf eind oktober op één hoop gegooid en het eigen gelijk gevierd. Blijft ook deze verdwaasde sneeuwbui uit, dan wordt, als laatste aanvalsmiddel, gelijk de V1 en V2 uit de oorlog, de Pan-Europese koudegolf gemunt, waarbij enige kou in Rusland of Roemenië of kou op drie kilometer hoogte op de Zugspitze, verinnerlijkt wordt als zijnde de Nederlandse winter, het winter narratief daarbij steeds geforceerder en zo lang mogelijk gerekt wordt. Ik noem dit de “harkwinter”, het bij de haren grijpen van een vijf graden vorst op tweeduizend kilometer afstand om het nog iets te laten lijken.
Ter illustratie slechts het – onnozel verwoordde – suggestieve kaartje hierboven. Zogenaamd juridisch niets mis mee, maar ‘het praatje is mooi, maar het smoesje klopt niet.’ Ook het vermeende ‘interessante’ kan gelijk de prullenbak in: als er íets níet meer is in het Nederlandse weer is het : interessant. Degenen die werkelijk oprecht devoot op de knieën gaan van dankbaarheid zijn de mensen die de illustere weerdecade 1976 (vanaf de orkaan begin januari) tot en met 1987 (de ijzelramp in het noorden van het land) meegemaakt hebben. Zoals ondergetekende. Het is alsof je Richard Burton Hamlet hebt zien spelen en zich nu moet laven aan een ordinair dorpstoneel in de periferie. Je vergeet Richard Burton nooit meer.
De, teleurstellende maar wen er nu maar eens aan, waarheid is dat het in Nederland geen winter meer kán worden.
De redenen?
- de periode dat het zeer zacht/warm/heet is in Nederland vangt steeds vroeger aan en eindigt steeds later. Het kan in februari tegenwoordig al 20 gaden worden, in november kan het tegenwoordig op de warmste dag nog steeds. Vroeger ondénkbaar.
- Die lange periode in de herfst zorgt er voor dat wateren (zee, inlandig water) niet/zeer slecht kan afkoelen. Het voorbeeld is daar van enige jaren terug toen bij een noordoostenwind eind december ! het nóg boven nul bleef. Dag en nacht. November kon al een potentiële wintermaand zijn (1980, 1985, 1993). Het is nu een verlenging van de al steeds zachtere herfst.
- December bracht dan sowieso de eerste sneeuw die bleef liggen, al was het maar een dag. Voorgoed voorbij. Niet alleen de temperatuur, maar ook de bodemtemperatuur zijn daarvoor veel te hoog geworden.
- In januari lijkt er een momentum voor de winter. Maar die lijkt al in niets meer op de januarimaanden van vroeger (voor 2000). Zie, slechts bijvoorbeeld, hoe moeilijk vorst inviel tijdens Driekoningen 2024. Noordoostenwind is geen winterwind meer, het zeewater van de Oostzee is in de zomer zó opgewarmd en zó weinig afgekoeld in de herfst dat we er in januari (!) nog steeds de directe gevolgen van ondervinden. Natuurlijk ijs – dus niet die onderspuitonzin op ijsbanen of: ondergelopen polders met een laag water van 2, 3 centimeter- waarop geschaatst kan worden is al helemaal niet meer aan de orde. Het kost eenvoudigweg teveel tijd om dit nog in januari voor elkaar te “boksen.”
- Februari is een volle lentemaand geworden. Dagen met 14, 15 graden, ja zelfs met 18, 19 graden zijn geen uitzondering. Temperaturen die, vroeger, pas op een enkele dag in maart of april bereikt werden. Het is heel goed mogelijk (!) dat de laatste echte sneeuwweek die wij ervaren hebben, februari 2021, de laatste is geweest.
- Onze zonnestraling is, met het almaar schoner worden van de lucht, steeds krachtiger geworden sinds eind jaren 80 van de vorige eeuw. Onze aarde wordt alleen al daardoor steeds meer opgewarmd. Zelfs een pak sneeuw zal daardoor eerder wegsmelten dan dat het deed 30 of 40 jaar geleden.
Mocht ik ongelijk krijgen over aankomende winter, dan zal ik dit, op deze plaats uitgebreid evalueren eind februari 2026.
Hoed u ondertussen voor weerkletsers en kwakzalvers.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.