Nits – Musis Parkzaal Arnhem 16 februari 2026

De dag na een concert van Nits. Die kan als een koude douche over je heen komen. Een concert van Nits kan aanvoelen als een klok waar iemand stiekem aan draait en de tijd veel te snel voorbij doet gaan. Te snel om alle wisselingen in stemming en emoties te laten landen. Na ruim twee uur stond ik verweesd buiten, nog lang niet klaar met wat ik net ervaren had. Het hoofd en emotie bij alle subtiele verrichtingen op het podium, mijn lichaam wreed losgerukt de gure avond in geslingerd op weg naar een veel te ontijdig thuis.

Nits huidige tour is er één van enerzijds herkenning maar vooral van verrassing. Die herkenning is deze keer echter subtieler en gevarieerder. De verrassing zit hem in het toucheren van nummers, zoals, Nescio en A touch of Henry Moore maar ook de keuze voor nummers die – althans ik – niet eerder live hoorde (of het moet zo lang geleden zijn dat ze als “nieuw” klonken), zoals Long forgotten story, het uitbundige Sugar river, het kleinood Moved by her, The long song, The flowers of The last picture show.

Ook recentere nummers als Ultramarine schitteren met een opgepoetste glans. Of het nu de wijze van zingen of voordracht is van Henk in Ultramarine, het vaker gespeelde Flowershop – Forget me not, Yellow socks & Angst, Lits jumeaux en het nog recentere diepdonkere The attic of The Tree – de nummers openen zich op een manier die je niet verwacht had. Daarbij boeit Nescio voor de zoveelste keer toch wéér doordat je Robert-Jan Stips hoort spelen in nét een andere dwaaltocht door het nummer heen, waarbij geen toon of experiment onprettig de bocht uit vliegt maar je iedere keer een zijweg in stuurt die je nooit had bedacht. Alsof je een boek voor de zoveelste keer uit de kast pakt en er, tot je grote verbazing, iets geheel nieuw in ontdekt – al was het de eerste keer.

Maar zoals gezegd, voor al dat moois is, overigens in een nogal communistisch ogende concertzaal waar men strak vierkant in het gelid zit en de sfeer er op maandagavond niet helemaal lekker in wil komen, tot verbazing van ondergetekende zelfs een bevreemdend meewarig “aaahh!” roepen van deze en gene op Henk zijn inleiding op The attic en de brand welke muziekthuis De Werf trof, te weinig ruimte in mijn hoofd om het allemaal te bevatten en te verwerken. Je bent getuige van een schitterende komeet die voorbij vliegt en, al zit je er voor klaar je toch weer onverwacht toont: als je even met je ogen knippert is dat licht aan de hemel alweer voorbij.

Is een maandagavond wel ontvankelijk voor Nits? In mijn hoofd botste de altijd roestig krakend en piepend opstartende maandag(avond) blijkbaar met de niet onder woorden te brengen troostende olie voor mijn geestelijke gewricht welke Nits zo liefdevol doet stromen. In toon, in kleur en in beeld – beeld waarin deze keer voorzien werd aan de hand van 250 verschillende door Henk getekende tekeningen krabbels of sfeerschetsen welke het podium op de achtergrond van couleur locale voorzag.

Met Factory of fears – geïnspireerd op het schilderij Going to work van de Engelse schilder L.S. Lowry – werd een kakelvers nummer gespeeld, nu typisch zo’n nummer waar je door wordt overvallen en je een aantal keer naar moet luisteren en zich dan, alsnog, tussen je oren nestelt en als een oude bekende naast je komt zitten. Ontroerend, mooi ontstijgend, raadselachtig en de muziek voorbij: Nits schilderen steeds minimalistischer maar de lijst waarbinnen ze schilderen is verraderlijk. Deze lijst wordt groter en groter naarmate men terugkeert naar het schilderij. Op gegeven moment ben je gevangen en sta je zelf in het schilderij. Een nummer als een decembermorgen in het grijs, waar je steeds nieuwe details ontdekt, juist omdat alles kaal is. Adem in een steeds ademlozer wereld. Zuurstof voor de verstilling.

Gepubliceerd door Thomas Kamphuis

Gepassioneerd Vikingtijd, natuur en cultuur liefhebber.