Angst voor verandering

Alweer weken lang kunnen we “genieten” van omgekeerde vlaggen langs wegen en in velden met raaigras en mais. Het is eigenlijk een discussie die er al in 2022 was en, dankzij het beleid van de BBB toen, nu nog eens dunnetjes overgedaan wordt. In de EU gaat in 2026 ruim 55 miljard euro naar wat heet het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Nederland ontvangt hier uit 960 miljoen euro aan landbouw- en plattelandssubsidies. Voor verduurzaming is in 2026 in Nederland zo’n 197,3 miljoen euro aan eco-premiebudget beschikbaar. Voor het maken van de transitie naar een een andere wijze van landbouw en hiermee flink stuk minder stikstofuitstoot is voor de landbouwsector nu 20 miljard euro gereserveerd. Moet een bedrijf in de toekomst stoppen, dan krijgt de betreffende boer 100% van zijn bedrijfswaarde vergoed. Een bedrijf naast een Natura 2000 gebied krijgt zelfs 110 – 120% van de bedrijfswaarde. Follow the money vertelt ons dat een doorsnee veehouderij bij zo’n uitkoopregeling op 4 tot 6 miljoen euro aan totaalvermogen en compensatie uit komt, waarvan na aftrek van belastingen en schulden een aanzienlijk miljoenenbedrag netto overblijft. Voorwaar geen misselijke “arbeidsvoorwaarden” voor een beroepsgroep die zich als enige beroept op het recht van eeuwig te blijven bestaan. Wat in zichzelf al bijzonder is, gezien het aantal beroepen en functies in Nederland die – door verandering – verdwenen of tenminste stevig wijzigden.

Geen enkel ander beroep – behalve het Koningshuis – wordt van begin tot eind dus zó van wieg tot graf verzorgd vanuit de EU en de overheid. De omgekeerde vlag is een teken van rouw. Rouw ten opzichte van verandering die er – heel spoedig – aan zit te komen. Moesten de boeren zestig jaar terug gróót, en leidde dit tot eenzelfde protesten (!) nu wordt aan de boeren gevraagd (wat) kleiner te worden, maar voorál: ánders te gaan boeren. De boer wordt voorgelegd te innoveren, niet te verdwijnen. Er zijn juist méér boeren nodig die op een wat kleinere schaal dan nu, anders gaan boeren (gemengd bedrijf/biologisch).

In 2024 bedroeg de totale landelijke mestproductie 74,4 miljoen ton (wat neerkomt op ongeveer 74,4 miljard liter. Dat deze niet te bevatten hoeveelheid mest het land en water tientallen jaren niet minder dan vergiftigd heeft blijkt uit het feit dat in Nederland het aantal insecten sinds 1990 met 75% is afgenomen. Wereldwijd is het aantal insecten op land sinds 1990 met 25% afgenomen. Er is dus iets enorm aanwijsbaar mis met de wijze waarop landbouw in Nederland wordt bedreven. In Nederland is het emissiearm (ondergronds of in sleufjes) uitrijden van drijfmest op zand- en lössgrond verplicht sinds 1990, en op klei- en veengrond sinds 1994.

Een schokkend rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving stelde nog in 2010 (!) dat ‘Low-emission manure spreading has reduced ammonia emissions from application by 60–70%. Although the original target
set in 1990 (80% reduction in emissions during application) was not fully achieved, low-emission manure spreading does make a substantial contribution (80–90 ktonnes) towards meeting the national emission ceiling for 2010 (128 ktonnes for the Netherlands). Adverse impacts, such as damage to the soil structure and harmful effects on soil organisms and the meadow bird population are limited, temporary or could not
be clearly demonstrated.’

Wie wel eens nauwkeurig bekeken heeft hoe er drijfmest wordt geïnjecteerd weet dat deze door middel van gesneden sleuven in het gras op en in de grond gedreven worden. In drijfmest zit aanzienlijk meer ammoniak (en direct beschikbare minerale stikstof) dan in vaste mest, wees een studie in 2007 al uit van de Wageningen Universiteit. Dus: wie heeft wie hier voor de gek willen houden? Het Planbureau voor de Leefomgeving. De ammoniak verdween de bodem in en door de bodem het grondwater waarmee dit vervuild werd, al dan niet omgezet in nitraat. Bovendien beschadig je het gras én de wortels bij deze wijze van mest op het land brengen. Het ooit kruidenrijke land verschraalde vanzelf en werd nog verder de das omgedaan door het inzaaien van raaigras. Wat er van natuur overbleef kon nergens meer heen door het verdwijnen van landschapselementen. 90 procent van de historische heggen, hagen en houtwallen verdwenen. De afgelopen eeuw is er ongeveer 225.000 kilometer aan dit soort landschappelijke lijnelementen verloren gegaan. Schaalvergroting verdroeg geen boom of heg en prikkeldraad deed de oorspronkelijke functie van een heg verdwijnen. Sinds 1960 is ongeveer 60 tot 70 procent van de weidevogels en boerenlandvogels in Nederland verdwenen. Het onttrekken van water om al dat raaigras en mais te laten groeien onttrok de rest van het leven op het boerenland en in de bodem.

Dat Nederland níet de wereld voedt (en het natuurlijk ook onzin is dat als er een aantal boeren gevraagd wordt ánders te gaan boeren er honger in Nederland zou uitbreken) is al bewezen. Het is namelijk zó dat de wereld Nederland voedt om genoeg voedsel voor het vee te kunnen krijgen. Een groot deel (voor specifieke sectoren zoals kalfsvlees zelfs 90% tot 95%) van het in Nederland geproduceerde vlees is bestemd voor de export.

Kortom: Nederland brengt zijn bodem, zijn water, en alles wat vliegt om zeep door een – al veel te lang – totaal losgeslagen landbouw die op deze grootschalige wijze op zo’n klein gebied niets brengt maar des te meer vernietigt. Dat de wal het schip keert is afgelopen zomer wel gebleken. Droogte gaf zowel problemen bij de gras- als de maisopbrengst. Die problemen worden met het jaar groter omdat de opwarming verder schrijdt, er steeds minder neerslag valt in de perioden van het jaar dat het nodig is. Wie door Brabant en Limburg naar België, Duitsland, Frankrijk, laat staan Spanje reed afgelopen zomer ziet dat bezuiden de grote rivieren de grote droogte begint. Die grens komt steeds verder naar het noorden omdat de zogeheten Hadley-cell opstijgt op rond de evenaar (wat zorgt voor regen) en daalt weer neer rond de 30 graden noorder- en zuiderbreedte. Op de plek van deze daling ontstaan permanente hogedrukgebieden die zorgen voor droge, woestijnachtige klimaten. Door de opwarming van de aarde breidt deze circulatie zich uit richting de polen. Dit fenomeen staat bekend als Hadley cell expansion. Nog los van de huidige nadruk in de landbouw op de veeteelt zal er dus een totaal andere manier van landbouw, met heel andere gewassen op termijn, moeten plaatsvinden.

Terug naar de omgekeerde vlag. Nederland lijkt in rouw. Het doet en beetje denken aan de verontwaardiging toen de V&D failliet ging. Ónze V&D ! De vlag ging er – gelukkig – niet voor uit. Dat “onze V&D” verdween had natuurlijk te maken met een totaal veranderd koopgedrag (we gingen massaal online kopen) maar ook: steeds sterker toegenomen welvaart. We gingen óf naar de Zeeman óf naar een luxe winkel. De “middelmaat” (wat het, met nadruk, anders maakt u mij helemaal uit voor snobist, absoluut niet was) V&D verdween. Daarmee ook het gematigde denken in Nederland. We zijn inmiddels – ja, nee, ik weet; niet iederéén – zó rijk in Nederland (massaal op de fatbike en: krijgt ú nog uw auto geparkeerd naast die nóg dikkere in de parkeergarage?) dat iedere verandering als een verlies wordt gezien. zelfs de stilste hint richting verandering of verlies wordt omarmd. We omarmen dat wat dreigt te veranderen of weg te gaan. Maar de kolen zijn ook verdwenen, net zoals de boer met zijn zeis. Met de good old boer als momentane mascotte. Althans: zo lijkt het.

De waarheid is dat zowel de agro-industrie als de supermarkten de prijzen van landbouwproducten tientallen jaren idioot laag hielden. Dat konden ze straffeloos doen omdat de boer wel aanvoerde, in grote hoeveelheden. Het – overvloedige – aanbod drukte de prijs. Voor ú. Niet voor de boer. Een zomer met droogte zorgde voor minder product. Gelijk stegen de prijzen – voor de consument. En betaalt die voor het schaarsere product een terechte hogere prijs. Géén slecht nieuws voor de boer dus, maar goed nieuws. Dat zou toch tot nadenken moeten stemmen bij agrarisch Nederland. Wat in Godsnaam hebben we met zijn allen tientallen jaren verkeerd gedaan ter meerdere glorie van de banken, de agro-industrie en de supermarkten? Waarom hingen die omgekeerde vlaggen niet al twintig jaar terug niet dáár?

Overal zou het zo mogen functioneren, behalve voor de boer. Want zijn producten zijn toch altijd zo “lekker goedkoop” in Nederland? Voor het magische woord goedkoop zet de Nederlander graag al zijn vermeende principes opzij. Dat wij als consument tientallen jaren profiteurs van de boer zijn geweest, past niet in onze Pavlov-omhelzing van de boer. Het is het gevolg van de in de jaren vijftig en zestig opgetuigde verzorgingsstaat en de idee dat we door diezelfde overheid – waar dan weer terecht maar ook onterecht op wordt gescholden – verzorgd worden. Van de wieg tot het graf. De verzorging die, voor die tijd “gewoon” zoveel mogelijk onderling werd opgevangen. Wat die overheid allemaal wél sinds begin 20 eeuw ter meerdere glorie van zijn bevolking heeft gedaan wordt nergens anders duidelijk dan in Openluchtmuseum De Spitkeet in Friesland. Zéker, er is een tekort aan het juiste type woningen in Nederland, maar met het begrip woningnóód ga je toch beslist anders om na een bezoek aan dit museum. Het zou geen kwaad kunnen als dit soort musea standaard in het lesprogramma opgenomen wordt van school, om hiermee een zekere betrekkelijkheid van “wat er allemaal mis” zou zijn in Nederland, drastisch relativeert.

Nederland moet eens – en snel – gaan leren om te gaan met verandering. Dat is goed voor de natuur – we staan er rechtstreeks mee in verbinding, maar zijn de betekenis daarvan ergens gaandeweg verloren, juist door de intensivering van de landbouw en het verlies van notie wat goed is voor de bodem waar we op leven – maar vooral goed voor de Nederlander en zijn weerbaarheid. Gelukkig heeft de jongere generatie boeren dit al lang door en zullen de vlaggen een relict van een verleden landbouwbeleid blijken te zijn, die, getuige Sicco Mansholt zijn spijt, op het einde van het boek De graanrepubliek, al lang had.

Ik eindig met de wijze woorden van een inmiddels 102 jarige man die ik nog steeds mag bezoeken:

“De mens meent dat hij overal récht op heeft.

En dat hééft hij niet.”