Wasserorgel

Voor wie de ontevredenheid, het geweeklaag en op-geen-enkel-vlak-wil-om-te-veranderen mentaliteit in Nederland even wil ontvluchten, beveel ik – van harte – dit blog aan.

Ik hou van Duitsland. Al heel lang. Waarom? Zodra je de grens over bent, kom je in een oase – nee: paradijs – van ordening, voorkomendheid, fatsoen en algeheel wezen van tevredenheid binnen. Iedere keer als ik in Duitsland ben weet ik: ik ga ergens door verrast worden. Soms gaat het de verrassing voorbíj en treedt men een hogere emotie en staat van welbevinden binnen: de ontroering.

Het loop al tegen het einde van de vakantie als we in Adler und Wolfspark Kasselburg bezoeken. Zo tegen half augustus kun je je dan voelen als een kind aan het einde van de zomervakantie. Roofvogels kijken, een persoonlijke demonstratie krijgen, Noord-Amerikaanse en poolwolven zien en, als klap op de vuurpijl, dacht ik: de wolven ’s avonds in de schemering horen huilen. Ja, dat was een hoogtepunt. Echter niet hét hoogtepunt.

Het loopt tegen etenstijd, en gezeten voor de pipotent waarin we overnachten valt mijn oog op een wat altmodisch restaurant: Restaurant Forsthaus. Het terras zit vol quasi jongere en wat oudere senioren, tevreden aan de pul Bitburg of jazeker, Jägerschnitzel (drijvend in de jus – welkom terug, jaren zeventig). De sfeer: zacht sprekend, fluisterend, maar vooral: van nature tevreden. Als dan ook nog opeens muziek gedraaid wordt van de jaren zeventig, tachtig waan je je in een aflevering van Derrick, waarbij de hoofdrolspeler en zijn assistent ieder moment op lijken te kunnen duiken. Enige verwarring daarbij: door de muziek lijkt een stroom water te horen. Het draagt zelfs bij aan de al zo ontspannen sfeer.

Vrouwlief gaat afrekenen en komt met een gezicht terug, gemengd met verbazing en opwinding. “Dít had je moeten zien! Er kwam water uit een fontein en toen de muziek ophield ging een gordijn dicht voor die fontein.” Diep geïntrigeerd én verbaasd zit ik haar aan te kijken. Het woord had frustreert gelijk. Ik wil, nee: moét dit zélf zien. Vastleggen. Ik wil direct naar binnen, maar de vrouw schaamt zich een enigszins bij het idee dat ik ga vragen of de muziek nog een keer aan kan. Geduld. Morgen ga ik zelf wel.

’s Avonds zoek ik op “Wasserorgel Kasselberg” en vind de meest illustere artikelen en beelden. Maar het blijft online. Ik moet het zelf zien. Hands-on.

De dag er op ga ik tijdens de lunch naar binnen. Zondagmiddag. Het is er erg rustig. Kan dit nog uit, vraag ik mij af. Maar hier gaat het om kwaliteit, niet om kwantiteit. Gelijk tref ik de vrouw des huizes aan, die mij zeer begrijpend aan kijkt. Werd ik verwacht? Hóe dan? Ik wordt in ieder geval herkend. Direct. Dit is Duitsland. Daar waar men nog met zijn omgeving bezig is. Van nature. In aanleg. Vóór alles.. Of ze de muziek voor me wil opzetten. “Aber natürlich.”

Wat zich ontvouwt laat zich alleen in beeld vangen. Niet alléén, maar eerst het beeld.

Om mij heen eten mensen hun middageten en verblikken of verblozen niet. Een soort onuitgesproken So machen wir das hier uitstralend. Ik ? Ik voel me als een kind in een snoepwinkel. Dat zó iets anno 2026 nog bestaat, nee: mág bestaan. Tussen alle shit in de wereld en geklaag. Onschuld in zijn meest pure vorm. Ik stel mij voor dat mensen hier een gemütliche twintig minuten – langer duurde het niet – naar luisterden. Misschien werden – of worden – de tafels en stoelen aan de kant gezet en gedanst. Kleur in een kleurloze wereld, water in tijden van droogte. Wat disco achtig aandoende kleuren en lampen boven het fontein podium. Ik ben in een soort Efteling voor volwassenen aanbeland. Enige jachttrofeeën gepositioneerd ter omlijsting van het geheel.

Wasserorgel lijken iets typisch Duits (vraagteken). Ik vraag de eigenaresse naar hoe oud het is. Ongeveer 45 jaar antwoordt zij. Begin jaren tachtig. Vandaar die na-echo van de discotijd met gekleurde lampen. Eens verdwijnt dit. Het verdwijnt als de generatie – die hier voor mijn gevoel 45 jaar terug óók al kwam – uitsterft. Op gegeven moment weiger je almaar verder te gaan in de tijd en keer je terug naar een tijd die nog vol fantasie en verlangen en verwachting was. Ik begrijp dat: als geen ander. Marcel Proust schreef er al toverachtig mooi over in het deel De tijd hervonden van zijn zevenluik Op zoek naar de verloren tijd. Op weg naar een zeker einde gaat men terug naar het begin. We verlengen ons steeds kortere leven mee, wat steeds sneller gaat; voor ons gevoel.

Vandaag voel ik mij weer even twaalf en zie om in verwondering.

Gepubliceerd door Thomas Kamphuis

Gepassioneerd Vikingtijd, natuur en cultuur liefhebber.