Natuurblog 13 augustus 2020

Wat te doen op de vroege ochtend van een te verwachten achtste tropische dag op rij? Patrijzen kijken! Patrijzen. In mijn jeugd zag ik ze nog in de duinen tussen Den Haag en Scheveningen. Een klucht van wel 10. Onvoorstelbaar nu. Bij Scheveningen kun je tegenwoordig beter niet zijn als vogel, laat staan als mens.

In de laatste 3 decennia holde het aantal patrijzen achteruit. Door schaalvergroting in de landbouw, door uitbreiding van steden en dorpen. Alles werd steeds eentoniger qua landschap, opgeruimd staat netjes? Jaren leek het alsof de patrijs een witte raaf zou worden, en je hebt nog steeds een niet alledaags geluk als je er één ziet. Eigenlijk kan je dag dan al niet meer stuk.

Toch is er hoop. Dankzij boeren zoals die aan de Twenterand bij Vroomshoop, in het gebied Kalkwijk.

Pas gemaaid graan, vakkundig maar ook erg schoon geoogst, 13 augustus 2020

Nu was op waarneming.nl te lezen dat er hier vaker patrijzen worden gezien. Bij het gebied aankomend, zijn mijn verwachtingen licht, maar niet al te hoog gespannen. De oogst is gedaan, het graan er af. Tegenwoordig wordt dit zo efficiënt en extreem machinaal gedaan, dat er voor de vogels zeer weinig tot niets achterblijft. Een paar verdwaalde duiven als enige hoop op meer leven.

Tja, leuk zo’n hek, maar daar willen we nu juist voorbij. Toch maar er langs en het pad ingeslagen. Er begint een euforisch Caspar loopt moment te ontstaan als de weg vervolgd wordt. Wát een verademing tussen alle doodse raaigrasweilanden en onmetelijke maisvelden zonder kraak of smaak. Já, er groeit hier óók mais, maar wel gelardeerd door kruidenhoekjes, overloopjes, bewust gezaaide brede onkruidzones – ik gebruik hier het wordt zone, want dit zijn geen excuusstrookjes te noemen. Afgewisseld ook, met graan en aardappelen. In een speelse dans met elkaar, zonder de liniaal of winstoptimum vormgegeven.

Naar links lopen en een aardappelveld passerend zien we een boer met een spuitinstallatie. Ai! Dat verstoord de idylle. Maar, deze boer is ook ergens alert op. Hij toetert. Een toeterende boer. Hm. Mogen we hier niet lopen? Nee, het is een legaal wandelpad. Prompt vliegen een paar kluchten patrijzen uit het veld naar de overkant en naar opzij. Is dit een én-én boer? Het lijkt er op. Een groepje van 7 patrijzen landt aan de zijkant van de landbouwgrond tegen een akkerbloemenrand en een rietkraag waarachter een sloot. Wat zijn deze sloten van belang. Nu eens niet leeggezogen voor het sproeien trekt het vele insecten aan en wordt zo aan weerskanten leven gecreëerd. De patrijzen blijven bij elkaar zitten en het lukt me ze – weliswaar van grote afstand – te fotograferen. Het is bijna veertig jaar geleden dat ik zo’n groep bij elkaar zag.

Patrijzen op vers geoogste graanakker.

Ondertussen zijn ook een paar patrijzen geland in een graanakker naast het aardappelveld. Ook al is er geoogst, er groeit van alles tussen. Er is geen strak begin of eind van het graanveld. Was het overal maar zo. Nog iets: wat zie je tegenwoordig weinig graanlandbouw meer. Geen idee hoe dit komt. Méér graan, rogge en tarwe graag! Al is het maar als versiering rond een maisveld of als een strook tussen grasland wat de boer in de winter laat staan. Wintervoer voor al en nog wat. Denk jaarbreed en het paradijs kan zomaar terug zijn. De patrijs blij, en de mens blij met deze oeroude akkervogel.

Hoe meer ik het landschap in mij op neem, hoe meer ik juich. Kijk zo’n terloops kruiden en groenstukje midden in het graanveld. Er is bewust omheen gemaaid en het biedt schuilgelegenheid en alweer een voedselplek. Het lijken details, maar dit is precies waar het om gaat. Ouderwets landschap. Mag landschap niet óók – nee: vòòral – móói zijn? En is het nu werkelijk zo moeilijk dit te bereiken? Iets meer los, iets minder tot op de laatste centimeter?

Ondertussen vinden de patrijzen het wel mooi geweest en gaan aan de wandel. In een ogenblik zijn ze verdwenen. Waar naar toe? De slootkant? Denk niet dat je ze weer ziet, het zijn meesters in de kruip-door-sluip-door techniek. Je moet wel, als je altijd bejaagd bent. Dat gaat niet meer uit de genen. Ondertussen stijgt de temperatuur alweer tot Provence achtige proporties: het trillen van de lucht geeft de foto’s een schilderachtige weergave en sfeer.

En dan – landschappelijk gezien – the ice on the pudding: tussen Vroomshoop en een nieuwbouwwijkje staat een enorme overloop van kruiden en bloemen. Zeker 20 meter. Juist, zó moet het ! Letterlijk: overloopgebieden. Allemaal leuk, die ecoducten, maar juist dit soort landschap moet terug in Nederland. Laat maar eens een stuk onbebouwd en onbewerkt, durf het eens, bestuur van Nederland. Daar knappen we met zijn allen van op. We komen tenslotte uit de natuur.

Patrijzensporen op het zandpad.

Allerbeste boer: ik ken je naam niet. Ik weet niet wat je bewogen heeft te doen, zoals je doet. Maar mijn pet af. Hoera, hoera, hoera. Het kán, als men maar wil. Geen gekruidenier maar ferme stroken met kruidenrijk mengsel zaaien en het feest kan beginnen. Voor de patrijs bijvoorbeeld. En voor ons.

Thuis check ik in mijn verenboek of de veren die ik langs het zandpad vond van de patrijs zijn. Dit blijkt zo te zijn. Veel dichterbij de patrijs kan ik niet komen maar het is meer dan ik van te voren dacht. Echte natuur in een landbouwgebied .. het kan nog.

De liefde voor het oosten van Nederland is vandaag alwéér groter geworden..

Gepubliceerd door Thomas Kamphuis

Gepassioneerd Vikingtijd, natuur en cultuur liefhebber.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: