Fish – Weltschmerz

Het is even slikken in het begeleidende boekje, Fish in zijn dankwoord tegen Mark Wilkinson te zien schrijven ‘We did it. The jester is finally dead’.

Als rechtgeaard Fish fan is dit laatste album ook een afscheid. Fish kondigde, al jaren terug, aan dat dit zijn laatste album zou worden. Twee jaar geleden verscheen al de EP A parley with angels en deze nummers zal ik hier niet een tweede keer bespreken.

Zwanenzang

Weltschmerz trapt af met Grace of God. Wat gelijk op valt is dat de prog in de Fishrock weer terug is. Gelijk een hoogtepunt. Muziek met een ziel, fraai meerstemmig verdiept met een achtergrondkoortje. Fish zijn stem heeft de afgelopen 10 jaar weer teruggewonnen in variëteit, bereik, diepte en zeggingskracht na een wat mindere periode een jaar of 15 terug. Grace of God slaat op (een van) de ziekenhuisonderzoeken die Fish onderging. Weltschmerz heeft 4 jaar gekost om te vervolmaken. Wat geen enkel probleem is als dit het eindresultaat is. Je hebt maar één kans op een waardige zwanenzang en Fish heeft geen half werk afgeleverd.

Uiteindelijk werd Weltschmerz een dubbelalbum wat de nummers gelegenheid te ademen. Het resulteert zelfs in een nummer wat ruim een kwartier klokt. Walking on Eggshells laat muzikaal thematisch gezien de sfeer van Fish zijn laatste albums terug komen, gemengd met een meer prog zijde die hier het nummer doet opstijgen naar gelang het vordert, net zoals Grace of God. Fish is op de top van zijn kunnen en creativiteit. This Party’s Over is een lichter nummer tussen de donkerder nummers. Tekstueel is dit 200% Fish, vol met (zelf)spot. In de begeleidende clip bezweert Fish de oude beelden die men van hem had – vaak onterecht – en zijn eigen – verleden – al dan niet kleine, verslavingen. Thematisch kan het ook staan voor de wereld: het is zo langzamerhand wel eens klaar met alleen maar feestvieren.

Rose of Damascus is typisch zo’n uitgesponnen Groots Fish nummer. Dromerig, beschouwend, dan weer fel declamerend ademt de muziek hier de sferen van Sunsets on Empire (1997), maar ook het Plague of Ghosts van Raingods and Zippo’s (1999). Zijn zang is veel rustiger geworden dan op dat album, meer verhalend dan uithalend. Maar ook in deze staat wordt al één duidelijk: Fish is zo’n artiest waarmee je ouder werd door de jaren heen en opeens besef je je – ik maak het laatste album van hem mee. Tijd is een vreemd iets. Qua personage, muzikaal en absoluut tekstueel één der Laatste der Mohicanen. Geëngageerd, alles van binnen uit. Oprecht. Zielsvervoerend. In dat woord zit alles, wat mij aan gaat. Zo’n artiest maken we niet meer mee. Ja, de tijden zijn veranderd, ok, maar Fish laat zo pijnlijk raak horen wat we kwijt (gaan) raken. Zal men over 50 jaar nog luisteren naar deze muziek? Ik roep het hardop: de muziek verdient het. Dit is Canon. Hoofdletter C.

Levensmuseum

Album 2 begint met het tranentrekkend fraaie Garden of Remembrance. Ik zag het nummer voor het eerst, als clip op YouTube. Fish zit in wat lijkt, zijn eigen levensmuseum. Allerlei (artistieke) levensfasen, zo onnavolgbaar getekend door Mark Wilkinson, die met het artwork van Weltschmerz een andermaal hoogtepunt levert, omringen hem. Het gaat over verleden en het verliezen van dat verleden. De dementerende moeder van Fish is hier het diepere thema. Onnavolgbaar verbeeld in die clip én gezongen.

C-Song is misschien het meest compacte nummer: deze moet ik vaker beluisteren. Little man what now heb ik al besproken maar valt nog meer op zijn plaats nu hij tussen de andere nummers op Weltschmerz staat. Het verlies van zijn vader in 2016 is de inspiratie geweest voor dit nummer. De saxofoon, maar ook de overige instrumentatie leggen hier hangt een Floydiaanse donkerheid over de tekst. Een van de allersterkste nummers die Fish ooit maakte.

Waverley Steps is het tweede lange nummer van Weltschmerz. Behoorlijk in het verlengde van 13th Star (2007) en Feast of Consequences (2013). En dat is geen terechtwijzing. Speelt David Gilmour hier niet héél stiekem de gitaarsolo? De geest van Steven Wilson waart ook weer rond, maar bovenal die van Fish zelf. Uncle Fish heeft zijn muzikanten puik bij en voor elkaar, ook weer op dit album. Laten we die niet vergeten.

Weltschmerz eindigt in een grootse finale met het nummer Weltschmerz. Voor wie nog twijfelde. Fish maakt zich ouderwets kwaad, onder een verraderlijk welluidend vernis, haalt uit en houdt ons nog eens op neuslengte voor, wat er volgens hem in de wereld mankeert. Als een laatste testament wie hij is en hoe hij – voor altijd – gevierd en in levende herinnering moet blijven.

Met het voorlopig nog gegeven zijnde, coronavirus, is toch te hopen dat hij nog in de gelegenheid zal zijn een afscheidstournee te gaan houden, in de toekomst. Al konden we nog één concert meemaken, luid meezingend, dan is het toch dat van Fish.

Ik besluit met een spreuk van Bram Vermeulen, die voor mij Fish beslist kenschetst:

Jij hebt een steen verlegd;
In een rivier op aarde;
Nu weet je, dat je nooit zult zijn vergeten;
Jij leverde het bewijs van je bestaan;
Omdat door het verleggen van die ene steen;
De stroom nooit meer dezelfde weg zal gaan.

Bram Vermeulen

Nederlands zanger 1946-2004

Onnoemelijk veel dank Fish en dat je schrijven ons nog lang mag verrassen en bijblijven.

****** (zes sterren, en extra voor als je laatste album zó klinkt).

https://fishmusic.scot/

Gepubliceerd door Thomas Kamphuis

Gepassioneerd Vikingtijd, natuur en cultuur liefhebber.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: