Natuurblog 23 oktober 2021

Waarom gaat een mens in oktober richting de Ardennen? Waar begint een fascinatie met iets? Ik ben geen verslaafde vogelaar. Geen vogelnerd. Maar iets van mijn fascinatie met bepaalde vogelsoorten moet een jaar of 40 terug zijn ontstaan met mijn eerste vogelboek: Vogelboek Het herkennen van de vogels van onze weiden en wadden, stranden en duinen, rivieren en meren, bossen en tuinen Philip Burton & Peter Hayman. Uitgebracht eind jaren zeventig is het alleen al leuk om deze te vergelijken met de huidige tijd en soortenrijkdom of armoede. Eén van de mysterieuze wensvogels die hieruit ontstonden was de notenkraker. Je leest dan iets over een invasie in 1968 en het mysterie is geboren.

Wonend in het westen va het land had ik nooit het idee ooit een notenkraker te gaan zien. Dat duurde nog ruim 35 jaar. Begin oktober 2017 was ik in Estland en daar openbaarde zich het wonder op een zeer donkere achternamiddag toen we een klein plaatsje binnen liepen. Geconditioneerd op een silhouet wat bovenin een spar zit – dat is dan gewoon een notenkraker – viel mij deze vogel op. Langdurige voorkennis met voorbedachte rade.

Dan denk je.. Een notenkraker ! Dat is dus nu en nooit weer. Maar dat zul je dus zien. Zo wacht je ruim 35 jaar, zo wacht je maar een jaar. In het najaar van 2018 was er een notenkraker bij Wageningen neergestreken en hoe.. Hoeveel duizenden foto’s zijn er die late herfst en winter niet van deze notenkraker genomen? DE mens kreeg geen genoeg van de notenkraker, heel lang de notenkraker ook niet.

Ik wil mij dan altijd onderscheiden. Het totaal-niet-bang-zijn van deze soort voor de mens in beeld brengen en benadrukken. Nu juist niet die foto waar mensen languit met hun telelens op de grond liggen en de notenkraker op 40 centimeter afstand. Het wonderlijke dat zo’n naaldbosbewoner ergens ver in noordoost Europa of Rusland en Siberië op reis gaat en – zo lijkt het – bij de mensen aan belt. Once in a lifetime. Toch was deze notenkraker mijlenver verwijderd van Estland. In vele opzichten.

Terug naar de Ardennen. Om meer precies te zijn bij Wanne. Nu juist daar leeft en broedt de notenkraker het dichts bij huis. Maar hoe herkent men nu een notenkraker? Ik kan dan altijd adviseren zich te verdiepen in een andere vogelsoort: de Vlaamse gaai. Het is namelijk verdraaid oneenvoudig het verschil te zien op een donkere oktobermiddag tussen de vlucht van een Vlaamse gaai en een notenkraker. Beide zijn druk in de weer met een ongebreidelde verzamel- een verstopdrift als het gaat om eikels en hazelnoten. Al op de eerste dag meen ik diverse keren een notenkraker te zien vliegen, maar er één zien zitten: nergens. En hoe meer Vlaamse gaaien ik zag, des te meer ging ik twijfelen of die paar keer dat ik een notenkraker dacht te zien, toch geen Vlaamse gaai was. Dat is de luxe die men zich kan veroorloven als men als vogelliefhebber bovenstaande foto’s heeft kunnen maken. Alles daarna is extra. En eigenlijk: minder. Iets wat heel bijzonder is, moet je vooral niet te vaak gaan zien. Daarover meer in mijn volgende blog. Je moet dan weer helemaal omschakelen.

Goed: de bossen van Wanne. Ga vooral lángs die bossen en er nooit doorhéén: u ziet niets. Of: loop in het open veld.

Nog een misverstand: wie zoekt zal vinden. Wie zoekt gaat vaak helemaal niets vinden. Tuurlijk, je moet je ogen open houden, maar zóeken? Niet doen. Verrassingen openbaren zich. Het notenkrakergeluk was mij dit keer niet gegund. Waren alle hazelnoten al van de struiken en verstopt? Had ik er tóch een zien vliegen?

Ik ging dus op de laatste dag toch zoeken en kwam bij een gekende plek uit: Logbiermé. Hier zou het toch vást en zeker gaan lukken? Wederom: gelukkig: nee.

Relatief hoog gelegen is Logbiermé een plaatsje met wat men een hoge brink zou kunnen noemen. Uitzicht rondom. Prachtige wandelpaden, niet altijd toegankelijk door de jacht in het najaar. Een plateau daar weer boven deed wel denken aan die omgeving in Estland. Iedere top van een naaldboom minutieus naspeurend kwam ik tot een conclusie:

Mijn notenkraker moet voor altijd verbonden blijven met die decemberachtige donkere namiddag in oktober in dat gehucht in Estland. De rest is teveel. Wageningen was al circus. De beleving van een notenkraker verdraagt geen stadion met publiek.

We moeten blijven kijken naar de verre einder, gedachten voorbij de horizon. Als alles zichtbaar wordt of blijft verdwijnt er iets essentieels in het leven: iets wat men het raadsel of mysterie zou kunnen noemen. Dat ongrijpbare. Laten we dat ongrijpbare weer toe laten. Herinneringen moeten op zichzelf staand blijven en stand houden en niet iedere keer herbevestigd hoeven worden.

Érgens, ja, daar ergens.. ver weg.

Gepubliceerd door Thomas Kamphuis

Gepassioneerd Vikingtijd, natuur en cultuur liefhebber.

Eén opmerking over 'Natuurblog 23 oktober 2021'

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: