Steenuilen in Spoolde

Steenuil Westenholte

Wordt het nog wat met de steenuil in Spoolde ?

Afgelopen zaterdag liep ik mee met de Roofvogel- en uilenwerkgroep Zwolle. Het is de tijd om de nestkasten van steenuilen na te kijken, Functioneert de kast nog – is hij aan vervanging toe of onderhoud – en wat tref je aan als je de inhoud bekijkt – zijn er sporen te zien van bewoning in de winter of van een succesvol broedgeval in het jaar daarvoor. Voordat we Spoolde in trekken, bezoeken we eerst een adres aan de Zalkerdijk, waar twee jaar terug een oude kast is vervangen en een nieuwe kast opgehangen. Dit stuk langs de Zalkerdijk wordt (nog) als kansrijk gezien, aangezien er, in ieder geval in de winter, braakballen worden gevonden aan de voorzijde van het huis, op wiens terrein de kast geplaatst is.

In de omgeving wordt, in de (late) winter de roep van de steenuil soms gehoord. Toch had ik al van de bewoners gehoord dat er dit jaar geen steenuilen waren gezien in het broedseizoen. De buizerd in het aanpalende elzenbosje leek mij ook al geen stimulerende factor. Maar dat er nog zó veel factoren mee spelen bleek wel deze dag.

De kast geopend kwam er een heleboel nestmateriaal uit. Maar niet van een steenuil. Het bleek van (waarschijnlijk) een spreeuw te zijn. Ook een holebroeder.

Maar ja, met de spreeuw heet het ook slecht te gaan dus dat ze, bij gebrek aan nestholtes, nestkasten gaan opzoeken is niet vreemd. De natuur laat zich, zo blijkt eens te meer, niet sturen. Blijft dit een kansrijke plek? De tijd zal het uitwijzen. Aan de overzijde van de Zalkerdijk op deze plaats verlaat een echtpaar de boerderij, waar de familie al 6 of 7 generaties woonden. Een projectontwikkelaar gaat de boerderij herontwikkelen, met de beste bedoelingen en er een paar huizen omheen bouwen. Aan de ene kant blijft de woningbouw dus beperkt, aan de andere kant wordt er toch een stuk bebouwd wat nu nog open landschap is. Maar hoe aantrekkelijk dit kale landschap voor de steenuil is? Misschien brengt een nieuwe, meer diverse beplanting wel juist de hoognodige insecten mee, waar de steenuil het patent op heeft. Kevers en wormen zijn zijn hoofdvoedsel, in tegenstelling tot de muizen etende kerk- en ransuil welke in dit gebied voor komen. Time will tell.

Op naar de volgende kast, nu in Spoolde langs de Zalkerveerweg. 4 of 5 jaar geleden broedde hier nog een paartje steenuilen. Nadien werd het stil.

Ook deze locatie is – in theorie – kansrijk. Er is nog een oude boomgaard en het landschap rondom is nog wijds en rommelig genoeg. Hoe de praktijk uit pakt, blijkt als de deksel van de kast er af gehaald wordt. Een enorme stank – een lijklucht – komt ons tegemoet. Toch maar een mondkapje opzetten. Wat blijkt: in de kast liggen een rat en een mannetje merel op een nest waar nog de eieren in liggen. Wat is hier gebeurd? Het sterke vermoeden bestaat dat een steenmarter hier huisgehouden heeft. Of de rat.

Er rest niets anders dan te bedenken de kast, of een nieuwe kast, op een andere plaats in de boomgaard op te gaan hangen. Deze, in een boom met een rechte stam, omdat hier geëxperimenteerd kan worden met een zogeheten steenmarterband, welke om de stam van de boom gewikkeld kan worden om de steenmarter af te schrikken. De boom wordt bepaald en binnenkort komen we hier terug.

Het volgende adres, ook langs de Zalkerveerweg, biedt ook een – optisch gezien – fraaie plaats voor een stel steenuilen. Hier staat nog een – restant – van een zeer oude boomgaard.

Wat hier echter niet mee helpt is een paar haviken, welke in een elzenbosje op kleine afstand zijn horst heeft. Het gegil van de havik is vanaf het vroege voorjaar niet van de lucht. Prachtige vogels, natuurlijk, maar bijzonder steenuil onvriendelijk. De kast openend, wacht de volgende verrassing. Hier komen de restanten van grote honingraten tevoorschijn. Eerst denken we aan de wilde bij, later bedenken we ons een vermoeden we dat hier hoornaars in gezeten hebben.

De steeds warmere en langere zomers doen de hoornaar steeds meer in noordelijke richting oprukken. Ik was al in 2018 verbaasd regelmatig een hoornaar in de tuin te zien. In mijn jeugd was dit exclusief iets van het verre zuiden van Limburg en dan nog keek je je ogen uit. Ja, en wesp en hoornaar vinden zo’n droge kast natuurlijk ideaal. Maar ja, als niets je ook tegen houdt..

De kast schoon gemaakt en enigszins geherhuisvest met de opening nu gedraaid op het zuidoosten, vervolgen we onze weg naar de Spoolderenkweg. Deze kast staat het dichtst op het elzenbosje waar de havik zijn thuis heeft en moet heroverwogen worden.

Ook hier zijn nestelsporen te zien van een spreeuw, maar ook afgebeten veren van een vogel. We vermoeden dat ook hier de steenmarter huist.

Hierna kijken we een kast na, die er zo te zien al vele jaren hangt, in een boomgaard aan de Spoolderenkweg, tegen de dijk. Het ‘old-school’ type nestkast is zeer degelijk, maar moet via de achterzijde geopend worden, wat nog niet eenvoudig blijkt. Ook hier komt alleen maar stro uit tevoorschijn, nestmateriaal van waarschijnlijk een spreeuw. Van de steenuil: geen spoor.

We vervolgen naar verderop aan de Spoolderenkweg. Het is op het land achter bij een oude boerderij, die dit jaar afgebroken zal worden. Daarnaast en achter de boerderij wordt een nieuw – natuurvriendelijk – erf vorm gegeven, met een paar nieuwe huizen waar bij elkaar drie families komen te wonen. Er staat nog van allerlei oude erfbeplanting en de wilgen die hier staan zijn van het allerhoogste steenuilen niveau. Hier kunnen ze nog ín de wilg zitten. Een kansrijk gebied, zeker, ook gezien de invulling naar de toekomst toe, met behoud van het goede en uitbreiding met streekeigen erfbeplanting en wilde bloemen welke insecten aantrekken. Landschappelijk, qua natuurwaarden, wordt dit een vooruitgang.

We doen de kast open. Er blijkt niets in te zitten. Wat, hoe gek het ook klinkt, deze morgen eerder een aanbeveling zal blijken te zijn dan een ontmoediging. Er is in ieder geval geen spoor van de steenmarter te zien. Kansrijk wordt ook een gebiedje gezien wat speciaal na de dijkverlegging is ingericht als een grote overhoek grenzend aan de waterzuiveringsinstallatie, op de foto hierboven rechtsboven als een ruig veldje met aangeplante fruitbomen te zien is. Maar… dan moet er wel begraasd gaan worden. Steenuilen hebben min of meer kale grond nodig om de insecten te kunnen zien en de wormen te vinden. Zo loop je zo’n ochtend tegen van alles aan, waar je je vervolgens bij afvraagt ‘Hoe regel ik dat’? Het idee is om de eigenaar van schapenboerderij ‘De Vreugdehoeve’ te vragen of hij daar schapen kan laten grazen. Mismoediger worden we van het idee van een eigenaar van een woonboerderij om een zonnepark aan te willen gaan leggen, in het veld tegenover hem, even verderop langs de Spoolderenkweg. Doe dat op bedrijventerein Voorst, is al jaren mijn gedachte, gemeente Zwolle !

Op naar de volgende kast – we geven nog niet op !

Deze ligt in het land van voornoemde woonboerderij. Enkele jaren terug sneuvelde de laatste der Mohicanen van fruitbomen in dit land, waar de nestkast in geplaatst was. De kast is daarna herplaatst op een wilg achter op het land. Op een ongelukkige wijze: de kast is niet stevig vast gezet en de opening wijst schuin omhoog. Zo regent het wel heel makkelijk in.

Deze onthaalt ons op een flinke mestvaalt. Van.. de steenmarter. Het is weer eens zover.

Deze ontlasting opeengehoopt in de kast wordt een latrine genoemd. Hier heeft de steenmarter zijn woonplaats gemaakt. Buiten dit blijkt op onze ronde dat diverse kasten in zichzelf niet steenmarter bestendig zijn: een extra schot om de steenmarter te weren, ontbreekt. Deze kast is zó vervuild en hangt al zo ongelukkig half los in een wilg dat we besluiten hem weg te halen. De plek, zo in het kale veld, lijkt ons ook niet een gunstige omgeving. De rij wilgen is echter zoals je het wil zien: een oeroude rij, als afscheiding door het land. Niks mis mee. Maar de praktijk..

Nogal gedemotiveerd vervolgen we onze weg terug naar de Zalkerveerweg. Ik wijs er op dat er ook nog en steenuilen kast hangt bij een erf aan het begin van de Zalkerveerweg. Hij blijkt nergens in de administratie voor te komen.

Hij hangt er al zeker vele jaren. Boer Herman Kamerman herinnert zich dat er steenuilen in gebroed hebben, maar dat is zeker 30 jaar terug. Hoe het komt dat de steenuilen verdwenen zijn? Volgens hem door de ondergrondse manier van mest het land inrijden. De bodemstructuur gaat daarmee kapot en ”een vogel zoekt zijn voedsel niet ondergronds’ Geen speld tussen te krijgen. Het gebrek aan insecten is één van de oorzaken van de teloorgang van de steenuilen in dit gebied. De kast blijkt leeg. Maar er zijn ook geen sporen van de steenmarter te vinden. Is deze locatie kansloos? Zijn alle locaties kansloos? We durven het – nog – niet hardop te zeggen. Als het kleinschalige landschap bewaard blijft en er meer insecten terug komen.. en de havik zich inhoudt.. en de steenmarter.. of we verzinnen een mix die ieder dier in leven laat, maar elkaar wel tegen elkaar in bescherming neemt. Het is voorlopig een schaakspel zonder einde.

Het succes van de één..

Tenslotte bezoeken we nog een van de twee overgebleven boerderijen in de Vreugderijkerwaard. Ook hier blijkt een spreeuw te hebben gebroed. Kluwen met stro materiaal komen uit de kast. Qua insecten lijkt mij deze locatie nog het meest kansrijk. Grote delen van de Vreugderijkerwaard krijgen steeds meer kruiden- en bloemrijk landschap en delen worden in het najaar ook niet meer bemaaid, waardoor insecten kunnen overwinteren en poppen kunnen uit komen in het voorjaar. Ook de locatie van deze kast lijkt ideaal: ver van drukte en bebouwing.

Maar toch: ook hier geen steenuil.

Hoe nu verder? Werkt de kast, of is het juist een val voor de steenuil. Duidelijk is dat er wel een bepaalde verdedigingslinie opgeworpen moet worden, door het ontwerp van de kast, of door het plaatsen van marterbanden om de stam van de boom, op de weg er naar toe. Of het een garantie voor meer succes is? De tijd zal het leren.

In februari gaan we zogeheten tapen – het opnemen van de roep, of: baltsroep, van de steenuil in deze omgeving. Om zo te bepalen of ze er sowieso zitten en war dan precies. Later, in het voorjaar, volgt dan een ronde om te kijken of er broedgevallen zijn.

Aan een allereerste voorwaarde: een schoon huis, met stoffering – in de vorm van houtsnippers: de steenuil maakt zelf geen nest – is voldaan.

Immers: hoop verloren, al verloren.

Gepubliceerd door Thomas Kamphuis

Gepassioneerd Vikingtijd, natuur en cultuur liefhebber.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: