Een ovalen reliëfplaatje uit de vroege middeleeuwen gevonden in Beers (gemeente Cuijk).

vroegmiddeleeuws beslagstuk

In augustus 2011 is tijdens metaaldetectie een opvallend bronzen voorwerp gevonden. De vinder wees mij er in 2021 op. Daarvoor had ik geen weet van de vondst van dit voorwerp. Het voorwerp heeft de vorm van een langgerekt ovalen plaatje, met een lengte van 55 mm, een breedte van 22 mm en een dikte van 4 mm. Het gewicht bedraagt 26,2 gram. De belangrijkste vraag van de vinder aan mij was of het voorwerp, gezien zijn dier en mens motieven, afkomstig is uit een Scandinavisch land.

De vondst komt uit 1 van de 14 waterputten die vòòr het ontzanden van het terrein, door archeologen zijn opgegraven. Nadat het terrein was vrijgegeven, zijn de zandhopen die uit de waterputten kwamen, met een metaaldetector afgezocht. Het voorwerp komt uit een vroegmiddeleeuwse waterput. Bijvondsten (oogvondsten) waren een wet/slijpsteen en een halve houten schep, waarschijnlijk een graanschep o.i.d. Het voorwerp is een gietsel vervaardigd in een éénzijdige mal, voorzien van complexe versieringen in hoog reliëf.

Op het eerste oog viel mij een detail van de decoratie op, welke ik – nagenoeg één op één – herkende van een zogeheten gesloten – uit één stuk gegoten, niet opengewerkte – ovale broche zoals deze voorkomen in wat nu Karelië genoemd wordt, in hedendaags Finland. Barry Ager, voormalig conservator vroege middeleeuwen van het Brits Museum omschreef dit type schildpadbroche als een Fins-Oegrische imitatie van de Scandinavische schildpadbroche. Het detail op deze broche heeft mij altijd geïntrigeerd. De vorm van de decoratie lijkt wel die van een inktvis(achtige) te zijn, alhoewel de meerdere tentakels ook op een kwal kunnen lijken.

gezichten’ is mijn letterlijke vertaling van de term hiervoor die in het Engels gebruikt wordt “hidden faces”.

Maar voordat we hier verder op door gaan: naar wat voor voorwerp kijken we ? Welke functie heeft het gehad? Dat is hier al moeilijk vast te stellen. Het stuk vertoont geen zichtbare nieten aan de achterzijde of nagelgaten in het plaatje, een functie van sierbeslag ligt daarmee niet direct voor de hand.

De afgeschuinde randen van het object naar binnen toe laten de mogelijkheid open dat het als reliëfplaatje bevestigd kan zijn geweest in een, van een ander materiaal vervaardigde vatting en als sierplaatje heeft gefunctioneerd. Een alternatieve mogelijkheid is het gebruik als stempel c.q. cliché voor het versieren van metaalblik (goud-, zilver- of bronsblik). ‘Out of the box’ denkend en vanuit de ogen van een (lerende) smid opper ik ook nog twee andere mogelijkheden. De ene mogelijkheid is, dat het stuk het product is van het oefenen van decoratie / vormgeving, waarbij het voorwerp als zodanig in de huidige vorm zijn eind kende, zonder dat het een gebruiksvoorwerp werd. De andere mogelijkheid is, dat het voorwerp zich nog in een tussenfase bevond en niet ‘af’ was en als zodanig niet verder ontwikkeld is. We zullen het nooit weten.

Omdat we de functie niet kennen, richten we ons op de decoratie om datering en decoratiestijl te identificeren. Vast staat voor mij dat de vorm en geslotenheid van het voorwerp naar een datering wijst naar de Karolingische of Merovingische periode, de zesde of zevende eeuw. Restauratieatelier Restaura plaatsen het stuk, op grond van de vlakverdeling en stilistische kenmerken in de Karolingische traditie.

Mijn licht opgestoken bij Barry Ager reageerde hij:

‘The bird heads show the typical angular eye-surrounds of Salin’s Style II, which dates from around the latter half of the 6th century/7th century and it is not uncommon to find human heads between pairs of bird heads in Frankish metalwork of the period. At that time I think it would probably not have been out of place in the Netherlands south of the Rhine’.

Stephen Pollington merkt op dat, als men nauwkeurig kijkt, er in het midden twee gezichten zijn verborgen (‘hidden faces’) tussen alle lijnen en cirkels. Dit is volgens Pollington typisch voor Stijl II decoratie, die voorkomt in Scandinavië, Engeland, Noord-Duitsland, Zwitserland en Noord Italië.

Deze zogeheten “Stijl 2” ontleent zijn naam de grondlegger van de studie naar de Germaanse decoratieve stijl met diermotieven uit de 6e tot en met de 7e eeuw naar Christus, de Zweedse archeoloog en museumconservator Carl Bernard Salin. Hij maakte een classificatie van de Germaanse kunst met diermotieven van ca. 400 AD tot en met 900 AD in drie opeenvolgende fasen. De Germaanse dierstijl ontwikkelde zich in Scandinavië als zogenaamde Noordse dierenversiering van de Vendelstijl, die laat-Romeinse en andere vormen van ornament overnam. Het vormde al snel onafhankelijke patronen en verspreidde zich snel over Centraal- Europa. Kenmerkend zijn gestileerde voorstellingen van bestaande en niet bestaande dieren (draken).

Naar mening van de vinder zijn op het stuk in totaal tenminste 8 en op zijn hoogst 10 dierkoppen te zien. Twee vogelkoppen, welke gelijkenis tonen met kraaien of raven.

Vier vogelkoppen, die gelijkenis vertonen met roofvogels (mogelijk arenden- zie hierboven afgebeeld ‘birds of prey’). Twee dierkoppen, die gelijkenis vertonen met hetzij uilen, hetzij katachtigen. Een kat zou ik mij kunnen voorstellen, een uil kan het naar mijn mening niet zijn, gezien de weergave van de mond.

Mogelijk twee geabstraheerde koppen van dieren. Van al deze (mogelijke) voorstellingen zijn de vogelkoppen eenduidig toe te wijzen aan de Stijl II groep op basis van de vorm van de kop en met name de hoekig weergegeven ogen.

Mogelijk twee geabstraheerde koppen van dieren.

Conclusie:

Wat de oorsprong van het stuk is, blijft, voor mij, onduidelijk. Wel duidelijk is, dat de ornamentiek zijn basis heeft in de Germaanse decoratieve stijl met diermotieven. Punt van discussie blijft, of het stuk in de Karolingische of Merovingische traditie moet worden geplaatst. De ogenschijnlijke vorm van het stuk en vlakverdeling wijzen op een Karolingische traditie, maar in mijn ogen mist de decoratie het nadrukkelijke hoog reliëf en floraal ogende motieven binnen deze traditie. Blijft over een oorsprong in het Frankische (taal)gebied. Nochtans blijft het onmogelijk met zekerheid te bepalen waar het stuk vervaardigd is.

De vier (roof)vogelkoppen zijn ons houvast om het stuk een tijdsdatering en decoratiestijl toe te kennen. Maar daar houdt de herkenning wel bij op. Zoals het jaarverslag ook stelt: ‘Zijn alle op het reliëfplaatje afgebeelde dieren eigenlijk wel te interpreteren als echte dieren? Gezien de datering van het plaatje en daarmee de associatie met de Germaanse mythologie en geloofsovertuigingen is het maar zeer de vraag of alle op het reliëfplaatje afgebeelde wezens ook als in de natuur voorkomende dieren te interpreteren zijn’. Daar wil ik graag aan toevoegen: dit gezegd hebbende, is het voor mij geenszins een automatisme, dat wát afgebeeld heeft, verwijst naar iets of iemand uit de Germaanse mythologie. Wat de smid bedoeld heeft: we weten het niet en we kunnen het niet weten.

Tenslotte: wat voor bedoeling de smid met het voorwerp heeft gehad is een even groot raadsel. Was het een oefenstuk? Een staalkaart van zijn kunnen, wat hij als handelaar overal mee naar toe nam? Een halffabricaat? Een gift voor iemand, in deze vorm en – althans voor ons – niet duidelijke functie?

Wat blijft is een raadselachtig voorwerp met vroegmiddeleeuwse decoratie, wat echter, in mijn ogen, de intrinsieke verfijning mist van voorwerpen afkomstig uit die ‘vroege vroege middeleeuwen’ uit de IJzertijd (Iron Age) uit Noord-Europa (500 A.D. – 800 A.D.).

Met, nadrukkelijke, dank aan Marcel Janssen.

Bronnen:

Gepubliceerd door Thomas Kamphuis

Gepassioneerd Vikingtijd, natuur en cultuur liefhebber.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: