
Afgelopen week bekeek ik het vervolg van BuZa. Was het eerste deel met vier delen te kort, met zeven delen is het tweede seizoen beter bedeeld. Kees Prins, in de rol van minister van Buitenlandse Zaken Meinema, was natuurlijk al in het eerste seizoen een vondst. Als een Rocco Schiavone van de Lage landen beweegt hij zich, immer met een zwaar gemoed en geen tijd voor onzin, door de wandelgangen van de diplomatie die hij – geef ons zo’n minister ! al was het er maar één ! – op geheel eigenwijze wijze bewandelt. Meneer heeft principes, waar hij zich aan vasthoudt. Wars van het zogeheten belang om “een plaats aan tafel” te behouden, of te verkrijgen jaagt hij zijn ambtenaren en politiek assistenten vooruit.
Niets is voorspelbaar in BuZa, behalve dit: je weet van wat je dacht dat zou gaan gebeuren, het precies anders loopt. Afleveringen kennen meerdere cliffhangers gedurende de aflevering. Daarbij is iets wat totaal niet spannend kan lijken, een kantooromgeving, tot iets beklemmends gemaakt wat je naar binnen zuigt. Alle acteurs zijn top. Spanning én ontroering strijden continue met elkaar. Misschien wel de mooiste scene is als – hij kan aanvankelijk zijn weerzin niet onderdrukken – Meinema op werkbezoek moet gaan op een school met leerlingen van een jaar of 8. Hij schikt zich desondanks en gaat langs. Gelijk wordt de scene spannend én ontroerend gemaakt doordat de slimste jongetje van de klas op een heel volwassen manier het buitenlandbeleid wil bespreken. Meinema staat één seconde met zijn mond vol tanden, maar veert dan op, als nooit tevoren of daarna in de serie. Het jongetje is zijn evenbeeld. We schakelen naar een andere scene over en keren daarna terug naar die klas. Meinema is gebiologeerd in gesprek met het jongetje en zijn assistente moet hem lostrekken om naar zijn volgende afspraak te gaan. Regisseurs Frank Ketelaar en Albert Jan van Rees hebben dan al een onvergetelijk doelpunt gescoord, maar toppen dit nog door zodra Meinema opstapt in te zoomen op het gezicht van de jongen. Er straalt onverholen trots én verlegenheid uit dat hij de minister heeft mogen spreken. Óf in een scene heeft meegespeeld, wat dit gevoel voor hem levensecht oproept. Maar dat is om het even. Dát vangen, is een van de juwelen van BuZa2. Net zoals Joekenel Brinkhuis, een van zijn naaste medewerkers, haar – meer dan – liefdevolle waken over Meinema, die vráágt om een bestendiger verhouding, al zou je Meinema een nieuw huis willen geven voor zijn rusteloze ziel.
Maar nog meer is BuZa een gewetensvraag aan ons allemaal. We kunnen wel blijven klagen over van alles en nog wat – maar veel van de ellende wordt veroorzaakt door de wil “aan tafel” te blijven zitten of: te komen. En waarom we aan tafel willen? Het draait, ook al is de voormalige deelrepubliek van Rusland van een fictieve naam voorzien, altijd weer om grondstoffen. Zonder de focus daar op zou geen haan kraaien naar al die “buitenlanden.”
Maarten Meinema stelt de ultieme gewetensvraag en trekt hier de grootst mogelijke conclusie uit. Die conclusie laat mij echter verweesd achter, want als de tweede serie het einde blijkt, is de lichtende komeet Meinema die aan ons voorbij trekt véél te snel aan ons voorbij getrokken. We hebben het gezien, maar staren de volgende avond, ondanks bewolking en een gure wind, direct weer naar het zwerk, op zoek naar datzelfde licht.
Dat zijn baan door de gewetensruimte ons tóch, op enig moment, weer eens aan doet.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.