Natuurblog 2 oktober 2020

Roek

Ongelooflijk hoe groen de bloemenakker weer wordt, na de regen van augustus en september.

Er gaat weer het een en ander bloeien: goudsbloemen, natuurlijk. Die hielden het vorige winter winterrond bloeiend uit. Ook nog wat margrieten. Een enkele teunisbloem. DE herfstasters natuurlijk. De klimop staat nu vol in bloei. Er komt ook van alles op waarvan ik toch dacht dat ik het niet gezaaid had. Onder de bijna uitgebloeide klaver een ondefinieerbare plant. Aan de voorkant van het akkertje massaal wat op een klein soort komkommerkruid lijkt. Het wordt nu al dringen, en wat moet er nog niet allemaal opkomen richting voorjaar? Nou ja, dat zien we dan wel. Wat nu op komt biedt aankomende winter weer een schuilplaats voor insecten en nageslacht-in-wording.

Exploderend komkommerkruid

Rond Westenholte zie ik al weken geen één ooievaar meer. Opmerkelijk. Het betekent dat ze dit keer weggetrokken zijn. Grote vraag blijft: waarom. Voorvoelen ze iets wat wij niet weten of kunnen zien? Een andere herfst en wintervogel die vroeg is teruggekeerd is de roek.

Roek – vogel van de randen van het buitengebied.

Op een onooglijk veldje tussen begraafplaats, autoweg bij een bedrijventerrein en wat nieuw gebouwde huizen, zie ik hem zitten, aan de rand van Westenholte. Gauw vliegt hij weg. Het is heel apart hoe deze vogels zich gedragen. Ze hebben letterlijk twee gezichten. Bijkans handtam – ze eten dan bij hun broedplaatsen, die bij benzinestations en wegrestaurants zitten – zowat uit je hand, als je vanuit de auto iets te eten naar buiten gooit. Nu, in najaar en winter: schuw en continu op hun hoede. Het exemplaar hierboven vloog snel naar een lantaarnpaal verder op. Eeuwenlang is de roek vervolgd. Bijgeloof en vermeende schade aan de landbouw speelden een voorname rol. Het dieptepunt van de roekenstand was rond 1970. Sindsdien gaat het weer beter met ze, maar toch nemen de aantallen sinds 2000 weer licht af. Instroom vanuit Noord- en Oost Europa in de herfst neemt sinds 1995 af. Een warmer geworden klimaat veroorzaakt dat deze roeken dichter bij huis blijven. Eenzelfde ontwikkeling is bij de bonte kraai te zien geweest. Des te bijzonderder er een te zien.

Ik zie dat ook als de kunst van het kijken en beleven: je iedere keer wéér verwonderen over wat je ziet of hoort op een bepaald tijdstip in het jaar. Ik kan dat heel goed: mijn verrast zijn is totaal authentiek: een zekere vorm van selectieve milde dementie is mij niet vreemd. Daardoor blijft alles fris en steeds weer boeiend. Nimmer denk ik: ‘Ach, ik ken het nu wel’ of sla ik een jaar over. Hier en nu. En je steeds weer verwonderen over wat ieder jaar terug keert. Juist omdat je niet weet of je er volgend jaar nog zult zijn. Niet dat ik daar iedere dag mee bezig ben of aan denk, maar dat is een dingetje, sinds dat mijn beide ouders overleden zijn. Niks zwaars, maar meer een gevoel, wat altijd met je mee reist. Er staat niemand ouder dan jou meer tussen jou en wat komen gaat. Voorheen waren het altijd je ouders. Die werden oud, en opeens werden die dat ook. Ze zijn er niet meer, jij bent de volgende. Nu nog niet, maar wanneer weet je niet. Je zit dik over de helft, misschien komt dat besef na het overlijden van je beide ouders, dubbel zo hard binnen. Met dat besef kun je niet op tijd genoeg beginnen. Het maakt dat je je veel meer bewust bent van de dag nú. Er is niet alle tijd van de wereld meer. En dat geeft ook niet. Ik zou never nooit meer 20 of 30 willen zijn.

Terug naar de roek..

De roek heeft voor mij, naast de raaf, iets magisch. De roek was voor mij, als ex-westerling ‘de spannende kraai’. Een kraai die al bijna net zo spannend was als een raaf. Als we vanuit Den Haag naar het oosten reden en op gegeven moment de eerste roeken ontwaarden – bijvoorbeeld bij een benzinestation parkeerplaats – wist ik: we zijn weer in het mooie land aanbeland. In het najaar en winter komen ze naar het buitengebied rond Westenholte, en soms zie ze ze ook zomaar aan de rand van het dorp zitten. Het lijken mij dieren met een rijk emotioneel gevoelsleven. Intelligent. Zich bewust van lol in het leven. Soms zie ik er een vliegen, zacht ‘prieúw prieúw’ voor zich uit zingend in de vlucht. Qua geluid doen ze dan ook wel denken aan de alpenkraai. Ik kijk dan altijd even op of om. Onkraais. De normale roep is een diepere roep en minder schreeuwend dan die van de zwarte kraai. Het zijn er ook nooit veel. Een kraai voor fijnproevers. Ik ben altijd blij als ik tegen de herfst de eerste zie terug keren in het land. Het voelt als rijkdom dat ik hem soms een straat verder al tegen kom in het winterhalfjaar.

Mij omdraaiend zie ik een bevestiging van wat ik al eerder in het jaar zag. Er waren dit jaar zo enorm veel bermbloemen, bijna bloemakkers. De gemeente Zwolle blijkt nu, in het najaar, een bewust maaibeleid te voeren. Eindelijk. Daar heeft het 2020 voor moeten worden.

Een deel wordt gemaaid, een deel laat men bewust staan de rest van de herfst en winter. In wat blijft staan en vergaat, overwinteren insecten of larven en poppen daar van. De bedoeling is natuurlijk: meer insecten, dat spreekt. Ik heb het idee dat we wat dit aan gaan bezig zijn weg te lopen van de afgrond. Herstel is nog steeds mogelijk, al zal het tijd kosten. Maar hier begint het mee. #buitengeluk heet het, bij de gemeente Zwolle.

Bravo gemeente Zwolle!

Thuis op het plein voor hebben zich sinds een week of twee een groep spreeuwen verzameld.

Tegen de avond vliegen ze vaak rondjes en vaak zingen ze de hele dag door. Geen idee waarom ze zich verzamelen. Trekken ze nog weg, of is dit gewoon de sociale toestand in de herfst en winter?

Ik zie ze nog niet massaal in de tuin op het voer af komen. Er is blijkbaar nog meer dan genoeg buiten te vinden in het buitengebied.

Lopend over de Spoolderenkweg in Spoolde zie ik takken van de populier liggen. Ze zijn er niet door de wind afgewaaid, maar geheel vanzelf. Populier en eik zijn de boomsoorten die aan zelfsnoei doen.

Het is een heel slim systeem waarbij de boom zich enigszins afslankt in september. Hij groeit blijkbaar anders te hard. Het uiteinde van de takken hebben een bolle, platte kant waar goed te zien is hoe verfijnd de boom takjes laat af vallen. Er scheurt niets teveel af, het gebeurt allemaal heel precies en zonder beschadiging. Precisiewerk.

En zo is het oktober geworden: hoogtepunt van de vogeltrek. Nu wordt het luisteren op heldere, windstille avonden, naar de trek van de koperwiek. Kramsvogels komen iets later. Maar zulke avonden zitten er nog even niet in. Maar kijk ’s morgens vroeg omhoog: er komt een volksverhuizing op gang. Van de week hoorde ik tegen de avond lijsters trekken: ‘tík tík’. Met korte roepjes communiceren ze. Pas tegen de avond vliegen ze verder, zo vermijden ze de roofvogels. In de tuin komen nu vooral mezen: koolmees en pimpelmees.

Het hangt erg af van hoe oktober gaat verlopen. We zijn geneigd te denken na afgelopen jaren dat het nooit meer winter kan worden. Oktober kon vroeger al behoorlijk fris zijn, met nachtvorst en al. Het lijkt een ander tijdperk. Maar.. wie weet loopt het dit jaar eens anders. Die ooievaars, die blijven mij intrigeren: ze trokken beslist en massaal weg.

We gaan het zien.

Gepubliceerd door Thomas Kamphuis

Gepassioneerd Vikingtijd, natuur en cultuur liefhebber.

3 gedachten over “Natuurblog 2 oktober 2020

    1. Rhiannon: regrettably not a raven, but a rook. The raven are undertaking a true comeback in The Netherlands, and mainly in the east part of the country. In late Autumn and Winter young ravens are gathering in the nearby National Park called the Veluwe. In Spring I once saw two of them above the river IJssel, a few hundred meters away from my home. So, they are nearby and walking through the provence of Overijssel I hear them more often then ever. The estimated number of breading pairs in 2018 was 135-155. In winter, the number overwintering or passing through are estimated 800 – 1000 in 2018.
      Source: https://www.vogelbescherming.nl/ontdek-vogels/kennis-over-vogels/vogelgids/vogel/raaf

      BTW: do you have a raven yourself called Noah?

      Geliked door 1 persoon

      1. Yes – Noah was the main-character in my Novel “Wenn Krähen lieben …”

        For the theme birds I needed the help of an old, very dear friend. He is a falconer and knows a lot about these animals. Writing an animal story without the right background is only possible if help from “experts” is available.
        The first time I showed him the photo of the crow, he was amused – well, I had no idea about the differences between these birds – and then he said he would help me 🙂

        But because of this I started to get to know these animals and find them very interesting.

        Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: