Over paarden en geveltoptekens..

Al een aantal jaar smaakt mij het genoegen het oosten van het land te kennen en nog verder te leren kennen. Je ziet hier allerlei zaken die de binding met het voorchristelijke belichamen. Geveltoptekens op boerderijen en schuren zijn hier een voorbeeld van. Hieronder ziet u mijn droomhuis. In 2017 verhuisd zijnde uit het almaar voller rakende Den Haag naar Zwolle, kan ik nu al genieten van de rust en ruimte die hier zijn, maar men moet een droom in het verschiet houden. Daarbuiten heb ik weer eens ervaren dat het goed is eens in de 10, hooguit 15 jaar van woonplaats te veranderen.

Terug naar onderstaand droomhuis. Het ligt wat afgelegen, bij Nutter in het Twentse Dinkelland in het typische essen/coulissenlandschap van deze streken. De houten dakbelijsting wordt opgeluisterd door een zogeheten geveltopteken, met twee gekruiste paarden.

Het paardenkopmotief is een zeer oud motief. De oudste paardenkoppen welke bewaard zijn gebleven – uit een vondst uit een put van de walburcht Altenberg in Hessen-Nassau – stammen uit de laatste eeuw voor Christus en worden als Germaans geduid. De oorsprong van de houten paardekoppen als gevelversiering is enigszins in het duister, zoals verderop zal blijken. Er wordt wel gesteld dat deze hun oorsprong hebben in de paardenschedels op stangen. In het Duits worden deze Neidstangen bekend en duiken al op in oud-Noorse teksten. De paardenkoppen constructie heeft een onheil afwerende functie en wordt in deze teksten nidhstaong genoemd: verscheidene hoofdfiguren uit sagen proberen met deze stang tegenstanders te verdrijven.

Nog in de jaren zeventig (!) van de twintigste eeuw wordt gewag gemaakt dat in Sleeswijk-Holstein het volksgeloof is, een paardenschedel aan het huis en bewoners geluk en voorspoed brengt. In verschillende Duitse gebieden is bekend dat paardenschedels boven de staldeuren aangebracht worden om zo de aanwezige paarden voor onheil en ziekte te beschermen. Hoe je hier als mens over zou denken, als een mensenschedel op deze wijze dienst zou doen is een goede tweede, maar aangezien een paard een grotere kop heeft dient men het denken maar daar aan over te laten.

De paardeschedel was ook in Polen goed in gebruik; boven de ingangsdeur beschermde hij tegen de pest.

In Noordoost-Twente bleven de paardenkoppen het langst in gebruik als gevelteken, in het bijzonder ten oosten van Tubbergen en ten noorden van Losser. Het paard was voor de Twentse boer een onafscheidelijk symbool, waar in feite zijn hele bestaan van af hing. In het Holtsteinse dorp Jevenstedt waren in 1875 nog vijf huizen met paardenkoppen aanwezig, waarvan de een Hengst heette en de andere Hors. Associaties met de namen van de Saksische veroveraars van Engeland zijn in dit verband wel gelegd.

Nachtmare

De paardenkoppen boven de inrijdeuren van de deel in Oost-Nederland worden ook wel in verband gebracht met de nachtmare (verbasterd tot nachtmerrie). Voorgesteld als plagende geest, zette deze zich op de lichamen van slapende inwoners van het huis, en belemmerde zo hun adem. De nachtmare waarde rond in de gedaante van een vrouw – tegenwoordig zou dit uiteraard tot verhitte debatten leiden, maar vroeger was de wereld overzichtelijk. De heks was een vrouw, de nachtmare dus ook. De nachtmare was nog meer belust op paarden en deze waren dan ’s morgens vroeg dan ook dodelijk vermoeid door deze ongenode berijdster. Oorspronkelijk zou de nachtmare een lucht-elf zijn. Maretakken en – daar zijn ze weer – gekruiste paardenkoppen dienden om dit onheil af te wenden. Ook het tegen de staldeur gespijkerde hoefijzer zou eenzelfde doel hebben. Het kruiselings zout strooien voor het bed zou ook uitkomst bieden – zie de link met de gekruiste paardenkoppen.

Bliksem en donderbezems

In Noord-Duitsland en Westfalen geloofde men in de bliksemafwerende krachten van gekruiste paardenkoppen op het boerenhuis. Naast paardenkoppen getuige de donderbezem geveltekens van dit volksgeloof. Tot na de Tweede wereldoorlog leefden er volksvertellers, die overgeleverde verhalen over ‘de Wilde Jacht‘ ‘an ’n heerd’ vertelden, waarbij het paard een rol als vernietigende kracht speelt, welke ook een boerenhuis kan treffen. Door zijn eigen beeltenis aan het huis kon het wilde ros afgeschrikt worden.

Problematisch

Bij het ontstaan van de paardenkoppen, zo men wil: beeldtaal, blijft problematisch te weten te komen hoe sterk constructieve, onopzettelijke factoren in het spel geweest zijn, en in hoeverre bepaalde elementen symbolisch bedoeld waren. Sommigen zien in de wigvormige uiteinden van nokbalkdragers aan prehistorische West-Europese huisvormen het elementaire beginstadium van het paardenkop-motief. Tegen het boze oog beveiligde men zich door wijs- en middelvinger V-vormig omhoog te steken, als afweermiddel.

Hoe het ook zij, dit soort geveltoptekens blijven, ook nu nog, zichtbaar, tot de verbeelding spreken. Zelfs, als men er, zoals ondergetekende, tot voor enkele jaren terug, er niets van in het bijzonder wist.

Eén en ander als aanvulling en vervolg op het Bijgeloof in Twente blog.

Meer lezen?

Jans, J. en Jans, E. Gevel – en stiepeltekens in Oost-Nederland (1977).

Gepubliceerd door Thomas Kamphuis

Gepassioneerd Vikingtijd, natuur en cultuur liefhebber.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: