Natuurblog 19 oktober 2021

Langzamerhand komt er wat levendigheid in de tuin. Nadat in september de heggemus terugkeerde en begin oktober de roodborst, is er sinds een goede week een vink gearriveerd die iedere dag wel even de appelboom bezoekt en een enkele keer aandurft op de grond voedsel te zoeken.

De roodborst is echt een winterhalfjaarroodborst. s Morgens vroeg, soms overdag en tegen het diepschemer zingt hij als een nachtegaal om zijn gebied, zijn tuin, af te bakenen. De roodborst noem ik de winternachtegaal. Hoe verrast kun je zijn, hem in het donker te horen zingen. Als alles zwijgt, begint de roodborst. Een zeer welkome gast in het winterhalfjaar in de tuin. Hij doorbreekt niet de stilte, hij benádrukt deze. Een mysterie in zijn plotselinge zichtbaarheid en dan weer urenlange onzichtbaarheid.

De pimpelmezen moeten, na het wat voorbarige gevoeder mijnerzijds in de nazomer en vroege herfst, weer even zelf aan de bak. Een stel tref ik op een middag aan in de uitgebloeide teunisbloem en venkel. Men begint opvallend vroeg aan de uitgebloeide zaden. Ik zou dit eerder ergens in januari verwachten.

Een stel andere najaar- en wintergasten zijn ook gearriveerd: de staartmezen. Een groep van wel 10 vliegt op een ochtend door de tuin. Ook altijd weer de vraag waar die nu weer vandaan komen. In de tuin bloeien, tot mijn verrassing al, de herfststijlloos. Eind augustus gepoot en nu al in bloei. Ik had verwacht dat dit pas volgend jaar zou zijn. Hij is wat bleek .. normaal komt hij al in september in bloei en moet dan een stuk paarser zijn. Wellicht dat een paar laatste zachte dagen hier nog verandering in brengen.

De bloemenakker is op wat verdwaalde gele kamille na, uitgebloeid. Wat dit jaar oor mijn gevoel nog ontbrak, was een smaakmaker, die tot ver in het najaar bloeit. Daarom heb ik ergens zaadknoppen van de cosmea uit een wilde bloemenstrook geplukt en overal gezaaid. Deze bloeien tot de eerste vorst in november. Wat uitgebloeid en verdord is, vooral laten staan, daar overwinteren insecten in en het vormt voedsel en beschutting voor de vogels en muizen/egels.

Het tiny forest – in maart geplant – is knap gegroeid dit jaar dankzij de natte zomer en geen ál te zeer uit de band schietende warmte. Het is al een echt struweel geworden waar vogels beschutting vinden.

Net buiten Westenholte aan de kant van Spoolde is er een buurtinitiatief geweest voor het inzaaien van een wilde bloemenstrook. Mooi dat dit gebeurd, maar gemeente: mag dit niet wat ambitieuzer dan zo’n excuusstrook? Waarom niet gelijk een strook van zeven meter breed en dit op veel meer plaatsen? Maar goed: hier begint het mee en ik zal de gemeente Zwolle eens een briefje zenden of dit niet op veel meer plaatsen kan aan de rand van het buitengebied. Er is ruimte te over voor.

Stilaan beginnen de bomen te verkleuren en wordt het op bewolkte dagen steeds grijzer. De bomen gaan de komende zes weken hun blad verliezen, de omgeving wordt er lichter door en zichtbaarder. Het geeft letterlijk ruimte aan je blikveld.

Gepubliceerd door Thomas Kamphuis

Gepassioneerd Vikingtijd, natuur en cultuur liefhebber.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: