Natuurblog 22 augustus 2022

De natuur kreunt en steunt zich naar een zeker einde van de hoogzomer toe. Afgezien van een paar fikse regendagen begin juni, is het al sinds eind februari behelpen met de regen. Het is geenszins overdreven om te zeggen dat het van de afgelopen 180 dagen meer dan 150 dagen droog zijn geweest. En dan meet ik nog heel ruim. Er waren dagen dat het technisch gezien regende, maar dit niet meetbaar was in de regenmeter.

Een fietstocht naar Wijhe laat opeens zien hoe erg het gesteld is. Als je niet beter zou weten zou je je in de herfstvakantie wanen.

Bij Het Engelse Werk bij Zwolle zijn – deze foto’s zijn 16 augustus genomen – de kastanjes in oktoberstemming. Zeker, ik herinner mij extreem droge zomers uit 1976, 2003 en 2006, maar het – in mijn ogen – verontrustende is, dat van de afgelopen 5 jaar 4 zomerhalfjaren droog zijn geweest. Het lijkt een – onomkeerbare ? – trend geworden.

De vraag is ook: verandert het in de nazomer en herfst? Of neemt het weer een onverwachte afslag en blijft het droog en ook de komende winter? Als zich dan herhaalt wat dit jaar gebeurd is, is een ramp niet te overzien. Het is niet goed te verklaren waarom dit langdurige overzonnige en warme weer blijft aanhouden, maar hogedrukgebieden – die per definitie droog en vaak mooi weer veroorzaken – worden almaar groter en uitgestrekter. Regengebieden, buien of fronten dringen hier niet meer doorheen. Het wordt ook almaar zonniger. Dat begint al in de winter. Het is 40% zonniger geworden in de winter dan in de periode 1960 – 1990. Het jaar 2022 is recordzonnig. De zon op zich lijkt ook wel steeds feller/heftiger te worden. De ‘brandschade’ aan de klimhortensia is bijvoorbeeld nóg weer groter dan in de zomer van 2019 met die dag van 40 graden. Het gaat, zichtbaar, iedere keer weer verder. Hoe lang hebben wij nog groene bomen? En hoe lang overleven ze dit soort extreem langdurige droogte als dat ieder jaar gewoon wordt? Je hoeft geen doemdenker te zijn om de toekomst met grote zorgen tegemoet te zien. Dit is niet iets van ‘na ons’ of ‘later’, maar steeds meer van nú. En de huidige keer nog weer erger dan de vorige keer. Die nog maar zo kort geleden was. Het is geen uitbijter á la 1976 meer.

Augustus hard op weg de warmste ooit te worden. De vorige ‘warmste ooit augustus ooit’ was in .. 2020. Het ene record volgt het andere op, in een steeds sneller tempo. Je wilt er ergens niet aan denken hoe alles er voor staat over slechts 10 jaar, als je al ziet hoe het weer – en de winters – veranderd zijn de afgelopen 9, 10 jaar. Dat is in een knipoog. Geen verhaal van lang geleden of ‘vroeger’.

De regenstand tot nog toe deze maand? 12.5 millimeter. Ik vermoed dat het alleen maar erger wordt en we niet weten wat ons te wachten staat qua gevolgen.

Even verderop, richting Windesheim. Een rij populieren. Van ‘het vroege soort’. Met ‘vroege soort’ bedoel ik dat dit type populieren, vroeger, blad begon te verliezen rond half september. Ze zijn echter nu, half augustus al in complete herfststand.

Pakken bladeren liggen op de grond alsof het diep herfst is.

In de tuin is het nauwelijks beter. De appelboom heeft zeer te lijden onder de droogte en regent bladeren. Van een appeloogst is geen enkele sprake dit jaar. Een heel enkel schriel appeltje hangt nog aan een tak, maar groeit niet verder.

En dit is nog een foto van vorige week. Inmiddels is de appelboom voor de helft kaal. Slechts door enorme watergeefsessies zijn klimop en esdoorn bomen nog groen. De rest geef ik nog maar heel gericht water: er is geen beginnen meer aan.

Wier goed kijkt ziet dat een kleinere esdoorn zijn bladeren al vergelen en de den vol zit met gele naalden. Het wordt een hele vroege herfst zo dit jaar. Ik vraag mij serieus af hoe lang het groen nog in leven blijft. Er moet een enorme regenherfst én winter komen om het watertekort weer enigszins aan te vullen. En: dan moet het eind februari/maart niet opeens wéér voor een half jaar ophouden met regenen. Want dat is dé trend afgelopen 5 jaar: het voorjaar is véél en véél te droog. Juist in het groeiseizoen houdt het op met regenen.

Alle ‘doom en gloom’ ten spijt: er is ook goed nieuws. De vijver is een aanwinst. De waterplanten doen het uitstekend en er komen al diverse kikkers/padden op af.

De nieuw geplantte planten rondom de vijver doen het boven verwachting goed. Geplant in een wederom kurkdroge week, dacht ik dat ze binnen een week gesneuveld zouden zijn, maar nee.

Een verrassing van een heel ander soort tijdens een wandeling in het Vechtdal. Voor veerliefhebbers – van vogels wel te verstaan – zijn juli en augustus gouden tijden. Een wandeling door een augustusstil bos wordt tóch aanlokkelijk door het pad waar je loopt terloops af te speuren op een in de rui van de betreffende vogel, verloren veer.

Meestal zie je dan de ‘usual suspects’ maar afgelopen weekeinde was het raak. Het is zo’n veer, die in een verengids door zijn apartheid tot de verbeelding spreekt, in de wetenschap dat je hem van zijn lang zal zijn leven niet zal vinden.

Je eerste indruk kan zijn: roofvogel, een torenvalk misschien, door de brede zwarte bandering. Nadere beschouwing – en enige verenstudie – leert dat het hier om een veer van.. een koekoek gaat! (koop die verengids zou ik zeggen, bijvoorbeeld op bol.com als veren u nieuwsgierig maken).

Een specifiek detail op de veer laat ondubbelzinnig zien dat we hier te maken hebben met een koekoek.

Het is het verloop van een bruine band in de veer. Deze loopt niet recht door, maar vernauwt zich opeens en loopt daarna weer uit. Het is de vraag of deze veer van een vrouwtjes koekoek is of van een jong. Mijn gok is van een jong en dat zeg ik omdat de jongen later vertrekken naar het zuiden dan de oudervogels. De aanwezigheid van bloed in de ‘pen’ van de veer kan wijzen dat de vogel zich, om de een of andere reden, zich zelf vroegtijdig ontdaan heeft van de veer. Hoe dan ook een bijzondere vondst als je je bedenkt dat de koekoek nu bepaald geen algemeen en veel voorkomende vogel is.

Waar is deze koekoek nu? Al ver doorgereisd naar het zuiden, of zit hij nog ergens ter plaatse.

Een veer kan je mee op reis nemen. Een veer spreekt tot de verbeelding. Dichterbij een vogel komen we niet. Ik speur nog even verder.

Gepubliceerd door Thomas Kamphuis

Gepassioneerd Vikingtijd, natuur en cultuur liefhebber.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: