De nachtzwaluw – ik schreef er al eerder over – hier en hier – waarom dan nu weer?
Omdat het toeval – en kennis over de jaren – je op een plek kan brengen waar je een ervaring als nooit tevoren doet ervaren. Dit, wat cryptische begin, moet van enige inleiding voorzien worden. We gaan, bijna ieder jaar, naar een plek op de Holterberg om naar nachtzwaluwen te gaan luisteren. Omdat het nooit verveelt, en het – net als het geluid van de midwinterhoorn – zo’n seizoensgebonden, magisch geluid is, dat je het geen jaar wil missen. Het is daarbij zaak de goede avond uit te zoeken, wat dit jaar geen sinecure is, na alle koele, regenrijke dagen van de voorzomer. Maar nu, 20 juli, dé dag van de hoogzomer, is het dan toch opeens zo ver. Tropische temperaturen, steeds zwoeler wordend naarmate de avond aan breekt, een lichte onweersneiging, maar: windstil weer. De ideale omstandigheid. Nu of nooit, want over een paar weken vliegen de nachtzwaluwen weer Afrika-waarts en moeten we weer een jaar wachten.
We, lijken, aanvankelijk, pech te hebben. Een boswachter van Natuurmonumenten patrouilleert en zegt dat we niet door het bos naar de gewenste plek mogen lopen. Later legt hij uit, dat het vooral bedoeld is om hangjeugd te mijden op de parkeerplaats. De blessing in disguise is, dat hij een alternatieve plek aanwijst, niet ver in de buurt. Na een bos/zandpad afgelopen te zijn, komen we, met enige vertraging, om 22.15 aan. Nog net voor het bos zich opent in een heidegebiedje omsloten door eiken en dennen weet ik al niet wat me overkomt. Zó dichtbij hoorde ik de nachtzwaluw nooit.
Het hele scala van geluiden van dit – misschien wel meest mysterieuze nachtwezen van de zomer – is op korte afstand te horen. Het (balts)vleugelgeklap – al was het een ransuil – het begeleidende geluid. De aanhoudende harde lage triller van een andere nachtzwaluw. De knorrende roep. Soms kom je aan in de juiste minuut, de juiste seconde. Héél soms: eigenlijk nooit. Vandaag gebeurt het. Een keer. Het is stom toeval.
Een stukje doorlopend zien we gelijk een nachtzwaluw vliegen. Niet op afstand, nee, vlakbij. Hij lijkt in een eik te gaan zitten, die een paar dode takken heeft. Snel loop ik op de eik af en wat dan gebeurt is voor mij uniek in de nachtzwaluwervaring: hij vliegt op en vliegt een paar rondjes boven me, alvorens te verdwijnen naar de rand van het bos.
De vlucht van de nachtzwaluw is betoverend. Heb je deze één keer mogen zien, dan kun je gelukkig sterven. Denk in je laatste momenten aan de vlucht van de nachtzwaluw en u bent een gelukkig mens. Iets tussen een tropische vlinder en een ransuil. Wat de vliegende, baltsende ransuil is voor de (late) winter, is de nachtzwaluw in de zomer: pure magie.
Totaal onzichtbaar overdag, laat de nachtzwaluw zich zien in wat ik een magisch kwartier noem: tussen de échte schemer en nachtdonker. Het laatste stadium van de schemering. 20 juli is dat tussen 22.15 en 22.30. Het meest mysterieuze geluid binnen het scala van zang- en roepgeluiden is misschien wel de roep: “wrup.. wrúp..’ wat van verre hoorbaar is. Volgens Thijsse ‘Een vogel, die de gedaante heeft van een koekoek, vliegt als een uil en een geluid maakt als verscheidene kikkers in de verte’
Wil je het geluid krachtiger in je oren laten klinken, buig dan met beide handen je oren tot een trechter.
Op de plek waar we ze nu horen – en die ik niet ga verklappen, ga zelf op onderzoek uit zou ik zeggen – hebben we een nachtzwaluw beleving als nooit tevoren. Hier zitten we midden in een – relatief – klein gebiedje en is het geen zaak de oren te spitsen of om in de schemering door de knieën te gaan om nog een vaag verder op vliegende vogel scherend over de heide te kunnen ontwaren. Hier zit je, inclusief bankje, eerste rang. Golden Circle. Nee; op het podium zélf.
Na een kwartier verwijdert zich het geluid, en de nachtzwaluwen vliegen verder uit over hun jachtterrein. Ieders individueel bestaan en gebied is weer afgebakend. De woonomgeving weer kenbaar gemaakt. het nachtelijke jagen begint weer.
Het gaat goed met de nachtzwaluw in Nederland. Het warmere weer – en dan vooral de warmere nachten – lijken hier credit aan te zijn. Nog een paar weken en dan trekt hij, samen met die andere mysterieuze vogel, de gierzwaluw, naar het zuiden. Met het weer verdwijnen van hun geluid is voor mij de zomer ten einde aan het lopen.
Ga het dus nú beluisteren. Het is een onvergetelijke ervaring.