Natuurblog 21 april 2021

Ongeveer een maand geleden schreef ik over het grote geluk dat er weer ransuilen in ons dorp bleken te zitten. Wat een studie is dat sindsdien verworden! Was de dag saai, of verstoord met het zoveelste ergerlijke coronanieuws, dan maakte de schemering álles weer goed en ging ik geestelijk totáál zen naar bed. Een uil werkt meditatief. Vaak slaap ik zeer diep na een ontmoeting met een uil. Je maakt contact met iets verborgens, ook in jezelf, waar we in deze overprikkelde maatschappij vaak geen weet meer van hebben.

Nagenoeg iedere avond toog ik naar de plek om – je kon er de klok op gelijk zeten – ze uit hun schuilplek te zien komen vliegen en wat zich daarna afspeelde. ‘Ze’ zijn natuurlijk man en vrouw ransuil. Wekenlang was er de baltsvlucht van het mannetje te zien, de roep van het vrouwtje, of van beiden. Ik heb ze zeker vier keer zien paren. Op gegeven moment dacht ik: ‘Zou het lukken om ze te filmen?’ Uiteraard op gepaste afstand. Afgelopen weekeinde was het voorlopige hoogtepunt.

Korte samenvatting: baltsende man vliegt naar dak van een boerderij, vrouwtje komt er bij zitten, paring volgt en man vliegt vervolgens weg.

Het mannetje had al een vlucht achter de rug, maar instinctief voelde ik dat hij zou terug keren. Maar dat er vervolgens een paring op het dak van een huis zou plaatsvinden en ik dit kon filmen is een enorme toevalstreffer geweest.

Het vrouwtje bleef na de paring achter op het dak en bleef roepen.

Allemaal leuk en wel, deze wekenlange toenaderingspogingen, maar zullen ze nog gaan broeden? Lang heb ik gedacht dat wellicht één van de twee misschien onvruchtbaar zou zijn. Twee jaar terug waren er al voor half april jongen, dus nu dacht ik ‘wat zijn ze laat’. Nadere studie laat zien dat de meeste ransuilen rond 26 april het eerste ei leggen. Het líjkt er inmiddels wél op, het vrouwtje zit al vroeg op de avond op een nest, en het mannetje daar vlak bij. Na een maand lijkt er toch een vervolg te komen. Heeft het nogal koude voorjaar een rol gespeeld?

Er breekt nu een stille tijd aan. Maar wanneer er over een goeie maand een continue piepende deur te horen is in de schemering, dan weet ik dat er jongen zijn en succesvol uit de boom gekropen en rond vliegen. Hoe dat klinkt, laat ik dan horen.

Een verzoek: ziet u een uil, bekijk deze dan van een afstand. Ik verval misschien in herhaling, maar het moet.

Ze kunnen snel verstoord zijn, en als u al te aanwezig bent in hun omgeving, kunnen ze zich dusdanig ongemakkelijk voelen dat ze weg trekken. Als u praat met de ander, zeer begrijpelijk in verbazing, doe dit dan op gedempte toon. Vergeet niet dat een uil een onvoorstelbaar scherper en veel gevoeliger gehoor heeft dan wij als mens. De uil kan al snel een attractie worden, maar dat moet vermeden worden. De uil gedijt in stilte. Zo lang wij dat ook zijn, kunnen we ze aanschouwen.

Vooral met de ransuil gaat het al langere tijd niet zo goed. De reden dat ze vaak vlak bij bebouwing leven is, omdat hier het minste gevaar voor ze is. Haviken en buizerds staan ze naar het leven en méér dan eens wordt er een door zo’n roofvogel gepakt, tot op het nest aan toe. Mensen zijn hun vrienden zo lang deze hen een beschermde omgeving bieden. Mensen zijn hun niet vreemd op deze manier, maar hou afstand. Dan kunt u, net als ik, in de gelukkige omstandigheid komen, avond aan avond van deze bijzondere vogels te genieten. Omdat het echte schemervogels zijn, te zien aan de oranje ogen welke er op wijzen dat ze alleen in de schemering jagen, laten ze zich goed zien in ‘het gouden kwartiertje’ wat begint een kwartier ná zonsondergang.

Met ieder succesvol broedgeval en veilige overwinteringsplaats blijft de kans aanwezig ook volgende jaren van deze mysterieuze vogels te kunnen genieten. Mysterieuze uilen, die er vaak een opvallend opzichtig avondleven op nahouden !

Bent u méér dan oppervlakkig geïnteresseerd in uilen, dan is dit toch wel de uilenbijbel: Uilen van Europa.

Je staat stomverbaasd wat er al niet onderzocht en geschreven is over alle soorten uilen weke je in Europa kan tegen komen. Niet ieder begrip is altijd direct te begrijpen, maar wat een traktatie, dit boek! Om op een tafel in de woonkamer te leggen en keer op keer te raadplegen en verder te onderzoeken. Een fascinerend naslagwerk.

38 jaar geleden, op 28 februari 1983, zag ik mijn eerste uil: het was een bosuil die op de schoorsteen van het huis in de Pauwenlaan, waar ik opgroeide, zat te roepen. De ransuil zag ik voor het eerst in het Zuiderpark, waar ze in een stel dennen in de winter van 1984 met zeker 10 exemplaren bij elkaar zaten. De liefde en fascinatie voor uilen hebben mij nooit meer verlaten.

Een uil smaakt immers altíjd, en: naar méér.

Tekening bosuil uit 1984.

Gepubliceerd door Thomas Kamphuis

Gepassioneerd Vikingtijd, natuur en cultuur liefhebber.

Eén opmerking over 'Natuurblog 21 april 2021'

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: