
Karl Öve Knausgard heeft een nieuw deel van zijn “Morgenster” serie uitgebracht. Ik zeg: serie, want het is inmiddels het vierde, gelukkig net zo lijvige, deel. Deel 1, De morgenster, verscheen in 2020. Deel twee, Wolven van de eeuwigheid, verscheen in 2023, deel 3, Het derde rijk, verscheen in 2024. Een vijfde deel, Arendal, zesde deel Jeg var lenge dod en zevende (slot?) deel Onderjordisk verschijnen nog dus we kunnen – gelukkig – nog even vooruit.
De avondschool is wederom voorzien van een intrigerende boekomslag, opvallend, vormgegeven door een Nederlander, Jan Hamstra. Zonder de exegese van De avondschool uit de doeken te doen beperk ik mij tot een aantal observaties na het lezen er van. In de allereerste plaats is de, onder Knausgard adepten, befaamde morgenster – een onverklaarbaar helder schijnende grote ster die opeens aan de hemel verschenen is en overdag ook zichtbaar is – wederom prominent in beeld. Het gekke is, dat in De avondschool deze opvallende ster niet met name terug komt. Zit daar al een verborgen boodschap achter van de menselijke conditie? Wat er is, went snel? Té snel? Wat abnormaal is, wordt op een dag normaal?
De vraag wat normaal is en wat niet (meer) normaal komt vaker aan de orde in De avondschool. Kristian Hadeland, een kunstenaar/fotograaf wordt in vier opvolgende delen van zijn leven gevolgd. Deze opbouw lijkt weloverwogen. Als we ruim vijfhonderd bladzijden zouden blijven in wat deel 1 binnen het boek blijkt, houden we dan nog onze aandacht er bij? Karl Öve Knausgard lijkt die vraag te willen vermijden. Het leven zelf is immers steeds vluchtiger. Vluchtiger. Vluchten. De behoefte om te vluchten. Het steeds sneller vluchten. Het zijn thema’s die door heel De avondschool lopen.
Kristian vlucht van huis, en blijft vluchten. In zijn kunst komt hij thuis, voor zo lang het duurt. Hij gaat ver in zijn kunst en de toeschouwers vinden het allemaal prachtig. Zo lang het duurt. Wanneer zijn grote geheim aan het licht komt – ik verklap hier niet welk – slaat de adoratie gelijk om in afkeer. Tot dan toe konden zijn foto’s niet gek genoeg zijn – en hadden dan al afkeer kunnen oproepen – maar blijkbaar kent afkeer een einde en ook een begin. Vaak in niet te verklaren volgorde. Verwijst Knausgard hier naar de niet kritische consument die lovend is als hij zich wel wat kritischer mag opstellen en kritisch is op het verkeerde moment en een zekere huichelachtigheid in zich bergt?
Het mysterie van De avondschool zit hem vooral in de ontmoeting tussen Kristian en en de excentrieke kunstenaar Hans. Hans duikt op uit het niets en verdwijnt op de achtergrond, maar blijft voelbaar door het hele verhaal heen en verschijnt tenslotte, op onvermoede en waarachtig ontroerende wijze.
In al zijn vlucht en vluchten komt Kristian dan uiteindelijk thuis als hij zich daadwerkelijk in de spiegel bekijkt en daar de enige persoon in ziet, die hij werkelijk lief heeft, en in zijn niet-aanraken eindelijk tot zijn ziel raakt. Op dat moment gaat De avondschool voorbij het dagelijks herkenbare of mysterie en raakt je in je hart.
We staan stil, bij de spiegel van Kristian die ons een spiegel voorhoudt. Sta stil en kijk om je heen in plaats van altijd vooruit lijkt de boodschap. Pas dan zien we de wereld om ons heen. Het is een angstaanjagende maar weergaloze spiegel die Knausgard ons voorhoudt binnen steeds achtelozer menselijke relaties.
Reikhalzend kijk ik uit naar het volgende deel.
Maar eerst in mijn eigen spiegel en om mij heen.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.