Steven Wilson – Requiem for a village

7 november – de dag breekt aan. Een vorstige start. De rijp ligt over de velden, het is doodstil. Op het moment dat de zon zal gaan opkomen stijgt een flard mist op boven de aarde. De aarde beweegt. Wie zal er vandaag weer in het dorp opduiken.. ?

Weken terug zette ik mijn favoriete Steven Wilson cd op, Grace for drowning. Het liet zich beluisteren als een spookhuis. Een ontroerend spookhuis, dat wel. The Raven That Refused to Sing (And Other Stories) en Hand. Cannot. Erase volgden en vormden een magnifiek drieluik. Sindsdien bracht Wilson met regelmaat albums uit, maar die raakten mij niet zoals dit drietal, laat staan de kroon in dit drietal, Grace for drowning.

Ik raak geïntrigeerd als de cover van Requiem for a village bekend wordt. Wilson op een begraafplaats. Ha, gaat Wilson dié toer weer op?

Wilt u vóór het lezen van deze recensie eerst even in de stemming komen, dan raad ik u aan de door Wilson speciaal opgetuigde site rondom Requiem for a village te bekijken. Eén van de – in jaren negentig stijl opgetuigde posts – luidt: Attending the Autumn Festival Those wishing to attend should ring +44 7893 984718 and leave a message, so that the Parish Council may deem them worthy. Kortom: het is een bijzonder dorp waar we in aanbeland zijn en het zal geen dagtrip met Bolderman blijken..

Swirl in a lark’s eye trekt je gelijk een onheilspellende sfeer in met koorzang en voordracht van David Tennant (o.a. Broadchurch). The village is alive – maar zijn het wel de levenden? De dissonante en tegelijkertijd harmonieuze sfeer roept herinneringen op aan Grace for drowning. Requiem for a village, het eerste nummer wat ik van het album hoorde, eerder besproken, en waar ik bedenkingen bij had, valt hier op zijn plaats. Het laat zich ten opzichte van de andere nummers beluisteren als een vervolg op Disclosure/Discontinuation van Porcupine Tree qua ritmiek en – spaarzame – keyboardgeluiden. Misschien omdat ik het nu een aantal keer gehoord heb kan ik het meer waarderen maar hier overheerst nog de overdondering. De doden bepalen hun eigen leven na hun dood en komen weer tot leven, wanneer het hen uitkomt. Het is maar dat u het weet, in zo’n dorp zijn we aanbeland in de wereld van Wilson. Kon het altijd maar november zijn. IJle zang trekt ons de mist in op het eind van het nummer

Born, never asked
Sun cuts through the fog
Radiates in requiem
Tending the graves
Six feet under with no mark
Except to rise and dance

The same river twice met vervormde piano/keyboards en zang trekt ons weer terug in de tijd van Grace for drowning. Heel langzaam begint iets onder je huid te kruipen: dat dit best een goed Steven Wilson album zou kunnen worden. En dat gevoel heb ik op deze manier in al ruim tien jaar niet gehad. De sfeer in The same river twice is ongemakkelijk en eindigt weer met een voordracht van David Tennant.

Follow me down
Said the one with the stumbling eye
You’ll never step into
The same river twice
And just to dance a child
And just to taste forever
You take off your shoes
And you try on the feel
Of the same river twice
While through the years it flows

Now departing grijpt je bij de kladden. Nu weet je het. Je bent opgezogen en kan niet meer ontsnappen. Je durfde nooit meer in een waardige opvolger van Grace for drowning te denken. Hier ligt hij. Recht voor je.

The twins who live in the attic
No one has seen them in weeks
But detectives are highly suspicious
‘Cause the butcher is sеlling more meat
The shop on thе corner is sinking
The curtains are covered in mould
No one remembers or comes in
And no one recalls what it sold.

Kijkt u The Texas chainsaw massacre maar eens. De enig echte, die uit 1974. Die sfeer. Now departing kon zó op Grace for drowning staan. De tempowisselingen zijn heerlijk, de spooky vervormde praatzang. Wanneer de keyboards gaan uitwaaieren zou je zomaar naar een nieuw album van Porcupine Tree kunnen luisteren. Nooit is de emotie en ontroering verdwenen om de hoek. Het samenspel van piano en slidegitaar op Hiriath is magistraal en in zichzelf al eenvoudigweg het beste sinds Hand. Cannot. Erase. wat Wilson maakte. On chapel slope heb ik eerder besproken maar raakt je hier op zijn logische plek op het album nog meer. Het einde van het nummer wordt hier nog opgerekt met sonore drums. We hebben nog zes nummers te gaan maar je weet: Steven Wilson heeft het ondachtbare geflikt: een meesterwerk geleverd. Hier komen we de herfst en winter mee door. Álle herfsten en winters van de rest van ons leven.

Murmuration – een spreeuwendans in de herfst wanneer grote wolken spreeuwen zich verzamelen en in de ochtend- en avondschemering te zien zijn – heeft een Hand. Cannot. Erase. sfeer. Ik bedoel maar. Het is een raadselachtig nummer met tal van sferen en eindigend in nog raadselachtiger zang.

Murmuration
Fall in feathered patterns
Swirling sky above
This is just the way that things will be

Cursus fingerprint ademt weer die Porcupine Tree sfeer met ijle keyboards die in de hemel lijken te verdwijnen. Genesis komt net bij je boven drijven als een indianentrom ons oproept en een overstuurde gitaar inzet. Het nummer stopt vrij abrupt. A basket of bees vormt de brug tot de grootse finale. Het is een nummer met tempowisselingen wat op The Raven That Refused to Sing (And Other Stories) had kunnen staan. Dissonant is weer het woord wat in mij op komt. Ja, dit had rechtstreeks op Raven kunnen staan. Great green map trapt de finale af.

Take out that map
Point with your finger
Where should I linger?
A stream and a dirt track
No roads run between it
They say there’s a railway but I’ve never seen it
It’s maybe a ghost town with army boys shooting
Just hillocks and hay bales for lovers recruiting
They say, if you enter, you’ll never come out
But that’s drunken scare-talk before landlord’s last shout
Is it some witchcraft, a bat-blackened lie?
You’ve never seen it, and neither have I
If it exists, then let’s go and find
Or just leave this old superstition behind

De sfeer is ijl mistig. Wilson wisselt zijn zangstem af met falsetto zang. De muziek is prachtig – niet uitgebalanceerd ? Het is juist in balans. Wilson is sinds Hand. Cannot. Erase. niet meer zo dicht bij de geest van Porcupine Tree geweest, althans: zijn bijdrage daar in. Hij had daar solo een hele wereld omheen gecreëerd maar verdwaalde op gegeven moment in alle mogelijkheden en experimenten. Op Requiem for a village is hij weer terug in zijn “stiel” en hoe. De muziek is weer mysterieus, licht akelig en onvoorspelbaar. We hebben het te lang gemist. Het trio Great green map loopt over in Wheel en tenslotte The old god is buried – de droge drums lijken wel een oproep voor de strijd of een nachtelijke trance. De sfeer van Raider II– van Grace for drowning komt ook weer even om de hoek kijken. De gitaarsolo is oriëntaals te noemen gemengd met een twist Electric Light Orchestra.

The smithy will crash
The sword blade will flatten
The cursus will loop in the sky
The ox will fatten
The old God is buried with grandeur and gold
The world will spin coins, which the poor cannot hold
You will all blow away
Dandelion sneeze
The hills will grow higher
With each dying breeze

Maar ja, wat is begraven in dit dorp van de levende doden?

De 54 minuten die Requiem klokt zijn véél te snel voorbij. Geen nood. Wilson heeft plannen er een trilogie van te maken. Wilson gaf aan dat een vervolg eventueel vrij snel na dit album gemaakt zou kunnen worden, omdat de wereld van het fictieve dorp al is neergezet. Het tweede deel zou over de mensen gaan, en het derde deel over de dieren, de vogels of de doden.

Voor als u dacht dat het hierbij zou blijven en Requiem al over mensen, dieren en doden zou gaan.. (pun intended).

We wachten devoot af..

De zon gaat bijna onder. De mensen gaan terug naar waar de aarde open ligt. Voor de avond en nacht keert de rust weer terug in het dorp.

Of toch niet?

Gepubliceerd door Thomas Kamphuis

Gepassioneerd Vikingtijd, natuur en cultuur liefhebber.