Pineapple thief – far and wide

Ik hou altijd mijn oren gespitst als een nieuw album van Pineapple thief verschijnt. Zeker sinds Porcupine Tree’s Gavin Harrison in de gelederen is opgenomen. Alleen al zijn drumkunsten veroorzaken dat ik altijd in enige staat van opwinding luister naar Pineapple thief. Het zojuist verschenen Far and wide trapt af met New world order en is gelijk vintage PT. Toch zijn er nieuwe elementen te onderscheiden. Mag ik gelijk de loftrompet afsteken over Jon Sykes die in dit nummer hier welhaast Garrison achtige breaks en overgangen speelt? Alles is zo retemooi uitgebalanceerd: de drums, de bas, de gitaar, de toetsen en de zang van Soord. Herkenbaar én nieuw.

Hold the ashes is heerlijk. Het lijkt er op dat PT weer meer de rockkant is opgegaan en wat meer peper gegeten heeft. De muziek klinkt heerlijk “open” – hoe slaag je er toch in om ieder instrument zo fraai naast elkaar te positioneren ? Nergens wordt het een brei. De gitaar giert en schuurt maar nooit om het gieren en schuren op zich. Een nummer met pit heren. Rechttoe rechtaan maar met een ziel.

Still living is de eerste seconden alsof ik Steven Wilson hoor zingen. Bevreemdend met een zich zeer op de achtergrond houdende Gavin Harrison. Een klein gehouden begin van een nummer wat een kant van PT laat zien die ik niet kende. Na een minuut breekt het nummer heel beheerst open. De sfeer is behoorlijk progrock als Soord zijn gitaar laat sliden. Op 3 minuut 50 komen de toetsen van Steve Kitch opzetten. Ieder komt aan bod, en speelt in zekere zin in dienst van degene die de nadruk mag krijgen. Still living laat een sfeer horen die gerust nieuw mag heten. Een zeer verrassend nummer.

God knows is een bijna tribaal klinkend nummer, met de (ge)ruststellende stem van Soord onder een heerlijke drijvende riff van Harrison en drijvend op de gitaar van Soord. Het ontspoort beheerst op het eind en duurt geen seconde te lang. Less is altijd more bij Pineapple thief.

In This empty place tovert Soord zijn zoveelste gitaarhook en wederom is het hier behoorlijk ingetogen gehouden spel van Gavin Harrison nieuw. Steve Kitch tovert ook weer subtiel allerlei klanken uit zijn toetsen. Luister even naar de magistrale brug op 2 minuut 25. Pineapple thief klinkt zou ik haast zeggen, volwassener en beschouwender dan ooit, zonder dat dit ook maar enigszins ten koste is gegaan van spanning in de muziek. De spanning is is misschien subtieler geworden, maar in zijn verminderde volume juist meer aanwezig en niet gelijk al zijn kaarten weg gevend. 5 minuut 15 laat alweer zo’n schitterende overgang horen. Woorden schieten hier tekort. Nu al constateer je: dit is in zijn geheel het beste album wat PT met Gavin Harrison heeft uitgebracht.

Scattering like flies is ook al zo aangenaam anders. Alleen al het drumwerk aan het begin. En dan weer zo’n overgang op 1 minuut. Het invallen van de bas op 1 minuut 20. De muziek is veel rijker en afwisselender geworden. Verrassender. Húp, weer zo’n verrassende overgang op 2 minuut 40. Het houdt maar niet op. Toetsen er bij. Waanzinnig. Het lijkt wel alsof voor het eerst iederéén excelleert, maar belangrijker: daar van de ander zo gruwelijk aangenaam de ruimte voor krijgt. En nogmaals: dat geluid.. zo hémels naast elkaar bestaand dat ieders solo in het gehéél ingebed is, zonder daarin te verdwijnen maar juist met kop en schouders bovenuit te mogen steken. Gááf ! De muziek lijkt tot volle bloei gekomen – er gebeurt zovéél in een nummer.

Through the noise begint – ik val in herhalingen – ook al verrassend. Dromerig toetsenspel met de stem en slide van Soord. Hoe kun je iets – en ik hoor het nog maar door een lullig speakertje van mijn pc – zo helder laten klinken? Het nummer ontpopt zich dreigend en melancholisch tegelijk – het gaat over over twee mensen die hun huis voor hun ogen zien afbranden. 2 minuut 40 mensen – meer zeg ik niet. Het nummert eindigt te snel. Maar dat is ook PT: als het schilderij af is, is het af.

Who wants it? klinkt behoorlijk donker gezongen en de inbreng van Jon Sykes is hier weer zo onderhuids en geweldig dat ze een studie in zichzelf waard zijn. De hobbelende bas op het eind wordt heerlijk voortgejaagd door Garrison en nog is de koek niet op en mag Steve Kitch meekleuren.

Het nummer is de opmaat voor de afsluiter No Exceptions. Het gitaarspel van Soord – moet ik het nog noemen: subtiel en ons ontstijgend. En ja hoor, weer die heerlijk hoorbare bas en toetsen daar omheen. Alles in sync en wéér die verrassende drums van Garrison die zichzelf óf opnieuw uitvindt of iets al heel lang op zijn mouw had zitten en deze variant nu eenvoudigweg (uit)speelt. Op 4 minuten nóg zo’n heerlijke overgang in een nummer wat precies op zijn juiste plaats staat op het album, het slotnummer. Op 5 minuut breekt de hemel nog één keer open met een eruptie van Soord op gitaar.

Ik blijf achter in ver/bewondering.

Gepubliceerd door Thomas Kamphuis

Gepassioneerd Vikingtijd, natuur en cultuur liefhebber.